Omar ibn al Khattab tijdens Uhod

in Metgezellen

Al-Tabari:
حدثنا أبو هشام الرفـاعي، قال: ثنا أبو بكر بن عياش، قال: ثنا عاصم بن كلـيب، عن أبـيه، قال: خطب عمر يوم الـجمعة، فقرأ آل عمران، وكان يعجبه إذا خطب أن يقرأها، فلـما انتهى إلـى قوله: { إِنَّ ٱلَّذِينَ تَوَلَّوْاْ مِنكُمْ يَوْمَ ٱلْتَقَى ٱلْجَمْعَانِ } قال: لـما كان يوم أحد هزمناهم، ففررت حتـى صعدت الـجبل، فلقد رأيتنـي أنزو كأننـي أَرْوَى، والناس يقولون: قتل مـحمد! فقلت: لا أجد أحداً يقول قتل مـحمد إلا قتلته. حتـى اجتـمعنا علـى الـجبل، فنزلت: { إِنَّ ٱلَّذِينَ تَوَلَّوْاْ مِنكُمْ يَوْمَ ٱلْتَقَى ٱلْجَمْعَانِ }… الآية كلها

Van Kulayb, die zei: Omar gaf een preek na het vrijdaggebed. Hij reciteerde hoofdstuk Ale `Imran. Omar reciteerde vervolgens: {Voorzeker, degenen onder jullie die wegvluchtten op de dag dat de twee legers elkaar ontmoetten}. [3:155]. Hij zei: Op de dag van Uhud renden we weg, dus rende ikook weg en beklom de berg. Ik herinner mijzelf springen als een berggeit. De mensen zeiden: “Mohammad is vermoord!” Ik zei: “Als iemand roept dat Mohammad vermoord is, dan zal ik diegene vermoorden!” Toen we bijeenkwamen op de berg, werd het vers volledig geopenbaard.”

Bron: Jami` ul-Bayan

 

http://www.altafsir.com/Tafasir.asp?tMadhNo=1&tTafsirNo=1&tSoraNo=3&tAyahNo=155&tDisplay=yes&UserProfile=0&LanguageId=1

 

 

Ibn al-Mundhir:

Van Kulayb, die zei: Omar gaf een preek aan ons en hij droeg een wit gewaad met een lapje erop. Hij predikte aan ons en hij reciteerde Ale Imran vanaf de preekstoel. Hij zei: “Het is geopenbaard in Uhud.” Vervolgens zei hij: We verlieten de Profeet (s) op de dag van Uhud, en ik klom de berg.Vervolgens hoorde ik een jood roepen: “Mohammad is vermoord!” Ik zei: “Als iemand zegt dat Mohammad vermoord is, dan zal ik hem onthoofden!” Vervolgens keek ik en ik zag dat de mensen terugkeerden naar de Profeet (s).

Bron: Tafsir al-Qur’an, Vol. 1, Blz. 402, # 975

 

 

Al-Salihi al-Shami:


روى ابن المنذر عن كليب بن شهاب قال: خطبنا عمر فكان يقرأ على المنبر آل عمران ويقول: إنها أحدية فلما انتهى إلى قوله تعالى: (إن الذين تولوا منكم يوم التقى الجمعان) [ آل عمران 155 ] قال: لما كان يوم أحد هزمنا ونفرت، حتى صعدت في الجبل، فلقد رأيتني أنزو كأنني أروي

Ibn al-Mundhir overleverde van Kulayb bin Shihab, die zei: Omar gaf een preek, en zei: “Op de dag van Uhud hadden we verloren, dus ik rende weg en beklom de berg. Ik herinner mijzelf springen als een berggeit.”

Bron: Subul ul-Huda 

 

http://islamport.com/d/1/ser/1/19/239.html

 

Fakhr ul-Dien al-Razi:

قال القفال: والذي تدل عليه الأخبار في الجملة أن نفرا منهم تولوا وأبعدوا، فمنهم من دخل المدينة، ومنهم من ذهب الى سائر الجوانب، وأما الأكثرون فإنهم نزلوا عند الجبل واجتمعوا هناك. ومن المنهزمين عمر، الا أنه لم يكن في أوائل المنهزمين ولم يبعد، بل ثبت على الجبل الى أن صعد النبي صلى الله عليه وسلم، ومنهم أيضا عثمان انهزم مع رجلين من الانصار يقال لهما سعد وعقبة، انهزموا حتى بلغوا موضعا بعيدا ثم رجعوا بعد ثلاثة أيام، فقال لهم النبي صلى الله عليه وسلم ” لقد ذهبتم فيها عريضة
Al-Qaffal zei: Hetgeen wat de overleveringen aantonen is dat een groep van hen wegrenden en ver weg vluchtten, waarvan sommigen van hen Medina binnentraden. Sommigen van hen renden naar andere plaatsen, maar de meesten van hen kwamen bij de berg en daar verzamelden zij. Onder degenen die wegvluchtten, was Omar. Maar hij was niet onder degenen die als eerste wegrenden, en hij rende ook niet ver weg. Hij bleef op de berg en hij wachtte daar, totdat de Profeet (s) de berg beklom. En ook onder degenen die vluchtten, was Othman. Hij vluchtte met twee andere mannen van de Ansar; Sa`d en `Uqba. Zij renden weg, totdat zij bij een verre plaats aankwamen, en zij keerden pas terug na drie dagen. De Profeet (s) zei tegen hen: “Jullie zijn ver weggegaan.”

Bron: Mafatieh ul-Ghayb

 

http://www.altafsir.com/Tafasir.asp?tMadhNo=1&tTafsirNo=4&tSoraNo=3&tAyahNo=155&tDisplay=yes&UserProfile=0&LanguageId=1

 

 

0