Omar ibn al Khattab tijdens Khandaq

in Metgezellen

Mohammad bin Habban:

Van Aisha, die zei: Ik ging naar buiten op de dag van Khandaq en ik stond achter de mensen. Opeens hoorde ik voetstappen die van achter mij kwamen. Ik draaide om en zag Sa`d bin Ma`adh, en zijn neef Al-Harith bin Aws was zijn schild aan het dragen. Ik ging zitten op de grond en Sa`d kwam langs, terwijl hij rijmverzen reciteerde. Ik stond op en stormde een tuin binnen, en daar vond ik een groep van de moslims. Eén van hen was Omar bin al-Khattab. Omar zei: “Wee jou! Wat heeft jou hier gebracht? Wallah, jij bent een vrouw met durf! Wat heeft jou doen denken dat je niet gevangen wordt of in de problemen komt?” Hij bleef me zo enorm beschuldigen, totdat ik wenste dat de aarde zou opensplijten, zodat ik erin kon. En onder hen was een man die zich bedekt had. Deze man nam zijn bedekking van zijn gezicht, en ik zag dat het Talha bin `Ubaydullah was. Hij zei: “Wee jou, O Omar! Jij hebt teveel gezegd deze dag! Waar kun je naar wegvluchten, behalve naar Allah?”

Shu`aib al-Arna’out: “De overlevering is Hasan (goed).”

Bron: Sahih Ibn Habban, Vol. 15, Blz. 498 – 501, # 7028

Al-Haythami:
[Dezelfde overlevering als hierboven].

Overgeleverd door Ahmad. Mohammad bin Amr bin `Alqama zit in de keten, en hij is Hasan (goed) in het overleveren, en de rest van de overleveraars zijn betrouwbaar.”

Bron: Majma`, Vol. 6, Blz. 144 – 145, # 10155

 

0