Imam Ali (as) en zijn unieke relatie met de Koran.

in Imam Ali (as)

Al-Nasa’i:

Van Abu Sa`id al-Khudri, die zei: Wij zaten en waren aan het wachten op de Profeet (s). Hij (s) kwam vervolgens naar ons terwijl de riem van zijn sandaal gescheurd was. Hij (s) wierp het naar Ali, en zei: “Onder jullie is iemand die voor de betekenis van de Koran zal strijden, net zoals ik heb gestreden voor de openbaring.” Abu Bakr vroeg: “Ik?” Hij (s) zei: “Nee.” Toen vroeg Omar: “Ik?” Hij (s) zei: “Nee, het is degene die de sandaal heeft.” (i.e. Ali).Ahmad Mirien al-Baloushi: “De overleveringsketen is Hasan (goed).”

Bron: Khasa’is Ali, Blz. 166, # 156
Abu Is’haq al-Huwayni: 
[Zelfde overlevering als hierboven.]
“De overleveringsketen is Hasan (goed).”
Bron: Tahdhib Khasa’is al-Imam Ali, Blz. 166, # 156
Ahmad bin Hanbal:
Van Abi Sa`id al-Khudri, die zei: De Profeet (s) zei: “Onder jullie is een persoon die voor de betekenis (van de Koran) zal strijden, net zoals ik heb gestreden voor de openbaring.” Abu Bakr en Omar stonden op, maar de Profeet (s) zei: “Nee, het is degene die de sandaal repareert.” En Ali was degene die zijn sandaal repareerde.
Shu`aib al-Arna’out: “De overlevering is Sahih (authentiek).”
Bron: Musnad, Vol. 17, Blz. 390 – 391, # 11289 
Mohammad bin Hibban:
Van Abi Sa`id al-Khudri, die zei: Ik hoorde de Profeet (s) zeggen: “Onder jullie is iemand die voor de betekenis van de Koran zal strijden, net zoals ik heb gestreden voor de openbaring.” Abu Bakr vroeg: “Ben ik die persoon, O Boodschapper van Allah?” Hij (s) zei: “Nee.” Toen vroeg Omar: “Ben ik die persoon, O Boodschapper van Allah?” Hij (s) zei: “Nee, het is degene die de sandaal aan het repareren is.” En het was Ali aan wie die de sandaal gegeven werd om het te repareren.

Shu`aib al-Arna’out: “De overleveringsketen is Sahih (authentiek) volgens de criteria van Muslim.”
Bron: Sahih Ibn Hibban, Vol. 15, Blz. 385, 6937
Abu Ya`la al-Mawsali:
[Zelfde overlevering als hierboven.]
Husain Salim Asad: “De overleveringsketen is Sahih (authentiek).”
Bron: Musnad, Vol. 2, Blz. 241 – 242, # 1086

Al-Hakim & Al-Dhahabi:

Van Abi Sa`id al-Khudri, die zei: We waren met de Profeet (s) en zijn sandaal scheurde los. Ali bleef achter om het te repareren. Hij (s) liep een kleine stuk verder, en zei vervolgens: “Onder jullie is er een persoon die voor de betekenis van de Koran zal strijden, net zoals ik heb gestreden voor de openbaring.” De mensen begeerden dat, en Abu Bakr en Omar waren ook aanwezig. Abu Bakr vroeg: “Ben ik die persoon?” Hij (s) zei: “Nee.” Toen vroeg Omar: “Ben ik die persoon?” Hij (s) zei: “Nee, het is degene die de sandaal aan het repareren is”, en hij refereerde daarmee naar Ali. Dus we gingen naar Ali en wij brachten hem het goede nieuws, maar hij verhief niet eens zijn hoofd. Het was alsof hij het al gehoord had van de Profeet (s).”
Al-Hakim: “Deze overlevering is Sahih (authentiek) volgens de criteria van Bukhari en Muslim.”
Al-Dhahabi: “Volgens de criteria van Bukhari en Muslim.”
Bron: Al-Mustadrak, Vol. 3, Blz. 132, # 4621

Ahmad bin Hanbal:

Van Abi Sa`id al-Khudri, die zei: We zaten in de moskee en de Profeet (s) kwam naar ons, en Ali was in het huis van Fatima. De riem van de sandaal van de Profeet (s) was losgescheurd, dus gaf hij het aan Ali om het te repareren. Daarna kwam hij (s) en stond bij ons, en zei: “Onder jullie is iemand die voor de betekenis van de Koran zal strijden, net zoals ik heb gestreden voor de openbaring.” Abu Bakr vroeg: “Ben ik die persoon, O Boodschapper van Allah?” Hij (s) zei: “Nee.” Toen vroeg Omar: “Ben ik die persoon, O Boodschapper van Allah?” Hij (s) zei: “Nee, het is degene die de sandaal heeft.” Isma`il zei: Mijn vader vertelde mij dat hij meemaakte dat Ali een keer in de Rahba was, toen er een man naar hem toe kwam, en zei: “O leider van de gelovigen, is de overlevering van de schoen waar?” Hij (as) zei: “Heb je het gehoord?” Hij zei: “Ja.” Hij (as) zei: “O Allah, U weet dat het behoort tot hetgeen wat de Profeet (s) aan mij toevertrouwde.”

Wasiullah bin Mohammad `Abbas: “De overleveringsketen is Sahih (authentiek).”

Bron: Fada’il as-Sahaba, Vol. 2, Blz. 790, # 1083

0