Imam Ali (as) bepaalt ons lot

in Imam Ali (as)

Abi Bakr al-Khallaal:

Van Yahya, die zei: Ik hoorde Khalid bin Khadash zeggen: Salam bin Abi Mutie` kwam naar Abi `Awana, en zei: “Laat deze innovaties waar jij mee gekomen bent van Koufa (stad in Irak)!” Abu `Awana bracht vervolgens zijn boeken naar hem en gooide het in de brandende oven. Ik vroeg Khalid: “Wat stond er in?” Hij zei: “De overlevering Al-A`mash van de Profeet (s): ‘Houd je vast aan Quraysh’, en dat soort overleveringen.” Ik zei tegen Khalid: “Wat nog meer?” Hij zei: “De overlevering van Ali: ‘Ik ben de verdeler van het vuur‘.” Ik zei tegen Khalid: “Heeft Abu `Awana dit aan jullie verteld van Al-A`mash?” Hij zei: “Ja.”

“De overleveringsketen is Sahih (authentiek).”

Abdallah bin Ahmad vertelde ons: Ik hoorde mijn vader zeggen: “Salam bin Abi Mutie` behoort tot de betrouwbare metgezellen van Ayoub. Hij was een oprechte man. Abd al-Rahman bin Mahdi overleverde aan ons van hem.” Vervolgens zei mijn vader: “Abu `Awana maakte een boek waarin slechtheden van de metgezellen van de Profeet (s) zaten en er zaten ook rampen in. Salam bin Abi Mutie` kwam naar hem, en zei: ‘O Abu `Awana, geef mij dat boek’. Dus hij gaf het aan hem en Salam pakte het en verbrandde het.”

“De overleveringsketen is Sahih (authentiek).”

Abu Bakr al-Maroedhi overleverde aan ons, die zei: Ik zei tegen Abi Abdillah: “Ik heb een boek geleend van iemand, waarin slechte overleveringen staan. Vind je dat ik het moet verbranden of verscheuren?” Hij zei: “Salam bin Abi Mutie` leende een boek van Abi `Awana waarin zulke overleveringen stonden, dus verbrandde Salam het boek.” Ik zei: “Hij verbrandde het?” Hij zei: “Ja.”

“De overleveringsketen is Sahih (authentiek).”

Bron: Al-Sunna, Vol. 1, Blz. 510, # 819 – 821

 

 

Al-Fasawi:

Van `Ibaya van Ali, die zei: “Ik ben de verdeler van het vuur. Op de Dag des Oordeels zal ik zeggen:‘Dit is voor jou en dit is voor mij’.”

En ik zag in het boek van Hafs bin Ghayath: Mijn vader overleverde aan mij van Al-A`mash, dat Ali zei: “Ik ben de verdeler van het vuur.” Dus ik zei tegen Musa: “Hoe was `Ibaya volgens jullie?” En hij vertelde vervolgens over zijn deugden, zijn gebed, zijn vasten en zijn donaties.

Ik hoorde Al-Hasan bin al-Rabie` zeggen: Abu Muawiya zei: We zeiden tegen Al-A`mash: “Vertel dit soort overleveringen niet!” Hij zei: Een keer waren we bij Al-A`mash. Een man kwam en vroeg hem over de overlevering dat Ali zei: “Ik ben de verdeler van het vuur.” Ik hoestte hardop, waarop Al-A`mash zei: “Deze murji’a (vijanden van Ahlalbait) laten mij nooit praten over de deugden van Ali. Verwijder hen uit de moskee, zodat ik jullie kan vertellen.”

Bron: Kitab al-Ma`rifa wa al-Tarikh, Vol. 2, Blz. 764

 

Ibn Hajar al-Haytami:

En Al-Darqutni overleverde dat Ali een langdurige preek gaf aan de 6 mensen die Omar had aangesteld voor de Shoura (verkiezingsconsult). Een deel daarvan: “Ik verzoek jullie bij Allah. Is er iemand onder jullie tegen wie de Profeet (s) gezegd heeft: ‘Jij bent de verdeler van het paradijs en het vuur op de Dag der Opstanding’?” Zij zeiden: “O Allah, nee.” En de betekenis daarvan is wat `Antara overleverde van Ali al-Rida dat hij (s) tegen Ali zei: “Jij bent de verdeler van het paradijs en het vuur, dus op de Dag der Opstanding zal het vuur zeggen: ‘Dit is voor mij en dit is voor jou.’

Bron: Al-Sawa`iq ul-Muhriqa, Blz. 176

 

Al-Qadi Abi Ya`la:

En ik hoorde Mohammad bin Mansour zeggen: We waren bij Ahmad bin Hanbal en een man zei tegen hem: “O Aba Abdillah, wat zeg jij over deze overlevering die overgeleverd wordt, dat Ali zei: ‘Ik ben de verdeler van het vuur’?” Hij zei: “En wat ontkennen jullie daarvan? Is het niet aan ons overgeleverd dat de Profeet (s) tegen Ali zei: ‘Niemand houdt van jou behalve een gelovige, en niemand haat jou behalve een hypocriet’?” Wij zeiden: “Jawel.” Hij zei: “Waar bevinden zich de gelovigen dan?” Wij zeiden: “In het paradijs.” Hij zei: “En waar bevinden zich de hypocrieten?” Wij zeiden: “In het vuur.” Hij zei: “Dus is Ali de verdeler van het vuur.”

Bron: Tabaqat ul-Hanabila, Vol. 2, Blz. 358

 

Muslim bin Hajjaj:

Van Ali, die zei: “Ik zweer bij Allah, de Profeet (s) heeft mij beloofd dat niemand van mij zal houden behalve een gelovige, en dat niemand mij zal haten behalve een hypocriet.”

Bron: Sahih Muslim, Blz. 51, # 131

 

 

Al-Bukhari: 

Van Abu Huraira, die zei: De Profeet (s) zei: Ik was aan het slapen toen ik opeens een groep zag. Toen ik hen herkende kwam er een man tussen ons tevoorschijn. Hij zei: “Kom mee!” Ik zei: “Waar naartoe?” Hij zei: “Naar het hellevuur, Wallah!” Ik zei: “Wat is er mis met hen?” Hij zei: “Zij zijn afvalligen geworden na u.” Vervolgens kwam ik een groep tegen. Toen ik hen herkende kwam er een man tussen ons tevoorschijn. Hij zei: “Kom mee!” Ik zei: “Waar naar toe?” Hij zei: “Naar het hellevuur, Wallah!” Ik zei: “Wat is er mis met hen?” Hij zei: “Zij zijn afvalligen geworden na u.” En ik zag niemand van hen die gered waren, behalve een paar die zoals kamelen zonder herder waren.

Bron: Sahih Bukhari, Blz. 1633, # 6587

 

 

0