Het zwijgen over de metgezellen

in Metgezellen

Al-Dhahabi

Als het bewezen is dat de uitspraken van de collega’s gebaseerd zijn op begeerte en partijdigheid, dan moet er geen aandacht aan worden besteed. Zoiets moet juist opgevouwen en niet overgeleverd worden. Net zoals er vastbesloten is om af te blijven van velen zaken die tussen de metgezellen hebben plaatsgevonden, en het bestrijden van elkaar. Maar dan nog komen wij dat tegen in de boeken. Maar het meeste van die overleveringen hebben ontbonden overleveringsketens of ze zijn zwak. En sommigen daarvan zijn leugens. Dus dit, waar wij en onze geleerden over beschikken,moet opgevouwen en verborgen worden. Het moet zelfs vernietigd worden, zodat de harten gereinigd worden en zich toewijden aan liefde voor de metgezellen, en om tevreden te zijn over hen. En het verbergen daarvan is bedoeld voor de algemene mensen en sommige geleerden. En het is wel toegestaan voor de geleerde die vrij is van (valse) begeerten om dat in privé te lezen, met de voorwaarde dat hij vergiffenis voor hen vraagt, zoals Allah ons geleerd heeft.

Bron: Siyar A`lam al-Nubala, Vol. 10, Blz. 92

 

 

Ibn `Uthaymien:

En hun rechten over het islamitische volk behoren tot de grootste rechten:

1 – Het houden van hen met het hart en het prijzen van hen middels de tong voor het goede dat zij hebben geschonken.

2 – Het vragen van genade en vergiffenis voor hen, wegens Zijn uitspraak: “En degenen die ná hen kwamen, zeggen: “Onze Heer, vergeef ons en onze broeders, die ons voorgingen in het geloof. En breng geen wrok in ons hart tegen de gelovigen. Onze Heer! U bent inderdaad Liefderijk, Genadevol.” [59.10]

3 – Het niet vermelden van hun slechtheden, die indien begaan zijn door iemand van hen, alsnog klein zijn, wegens hetgeen zij hebben aan schoonheden en deugden. En wellicht is zo’n slechtheid gekomen van een (verkeerde) interpretatie die vergeven is, of een daad dat geëxcuseerd is, wegens zijn (s) uitspraak: “Beledig mijn metgezellen niet.” [Overlevering]

Bron: Lum`at ul-I`tiqad, Blz. 151

 

Salih bin Fawzan:

En het behoort tot de sunna om de metgezellen van de Profeet (s) te liefhebben. En het liefhebben van hen is iets algemeens, aangezien Allah hen verkozen heeft voor de gezelschap van de Profeet (s), en het voorgaan in de Islam, en het strijden met de Profeet (s), en wegens hetgeen waar Allah hen mee geprefereerd heeft qua kennis en daden. Derhalve zijn zij de beste generatie ná de profeten, en de beste van deze Umma, na de Profeet (s). En het is verplicht om hen te respecteren. En het is niet toegestaan om iemand van het te bekritiseren. En het is niet toegestaan om hun fouten te zoeken. En als iemand van hen fouten heeft, zoek het dan niet op en toon het niet aan de mensen. Dit is niet toegestaan wegens de vele deugden die zij hebben, die de fouten van sommigen van hen doen bedekken en verwijderen.

Bron: Sharh Lum`at ul-I`tiqad, Blz. 249 / 252

 

Al-Tabari:
En Hisham overleverde van Abi Mukhnif, die zei: Yazid bin Dhabyan al-Hamdani overleverde aan mij dat Mohammad bin Abi Bakr een brief schreef naar Muawiya bin Abi Sufyan toen hij aan de macht kwam. En hij vermelde wat er in de brieven stond die zij naar elkaar schrijven, waarvan ik hetverafschuw om het te vermelden, aangezien er dingen in staan die de algemene mensen niet kunnen verdragen om te horen.

Bron: Tarikh al-Tabari, Vol. 4, Blz. 557

Abi Bakr al-Khallal:

Abdallah bin Ahmad overleverde aan mij, die zei: “Ik hoorde mijn vader (Ahmad bin Hanbal) zeggen: Salam bin Abi Mutie` behoort tot de betrouwbare metgezellen van Ayoub. Hij was een oprechte man. Abd al-Rahman bin Mahdi overleverde van hem aan ons.” Vervolgens zei mijn vader: “Abu `Awana maakte een boek, waarin de fouten van de metgezellen van de Profeet (s) stonden. Het bevattedesastreuze zaken. Salam bin Abi Mutie` ging vervolgens naar hem toe, en zei: ‘O Aba `Awana, geef dat boek aan mij.’ Hij gaf hem dat boek, en hij pakte het en verbrandde het vervolgens.”

`Atiyya al-Zahrani: “De overleveringsketen is Sahih (authentiek).”

Abu Bakr al-Marwadhi overleverde aan ons, die zei: Ik zei tegen Ahmad bin Hanbal: “Ik heb een boek geleend van iemand waarin de beruchte overleveringen staan. Vind je dat ik het moet verbranden of verscheuren?” Hij (Ahmad) zei: “Ja. Salam bin Abi Mutie` leende een keer een boek van Abi `Awana, waar dit soort overleveringen in stonden. Vervolgens verbrandde Salam dat boek.” Ik zei: “Heeft hij het verbrand?” Hij (Ahmad) zei: “Ja.”
`Atiyya al-Zahrani: “De overleveringsketen is Sahih (authentiek).”

Bron: Al-Sunna, Vol. 3, Blz. 510, # 820 – 821

Abi Bakr al-Khallal:

Al-`Abbas bin Mohammad al-Dawri overleverde aan ons, die zei: Ik las in de boeken van Muhadhir bepaalde overleveringen die bekrast waren. Dus ik zei: “Wat zijn dit voor overleveringen die bekrast zijn?” Hij zei: “Dit zijn de schorpioenen waar Ibn Abi Shayba mij van verboden heeft om het te overleveren.”

`Atiyya al-Zahrani: “De overleveringsketen is Hasan (goed).”

Bron: Al-Sunna, Vol. 3, Blz. 512, # 827
Al-Dhahabi:
En één van de marasiel van Ibn Abi Mulayka is dat Abu Bakr de mensen bijeen riep na de dood van de Profeet (s), en zei: “Jullie hebben overleveringen van de Profeet (s) naverteld waardoor de mensen na jullie intens met elkaar zullen verschillen. Dus vertel niks na van de Profeet (s). En wie iets aan jullie vraagt, zeg dan: ‘Tussen ons ligt het Boek van Allah, dus sta toe wat er in is toegestaan, en verbied wat er in is verboden’.”

Deze mursal (overlevering) toont aan dat Abu Bakr de overleveringen wilde stabiliseren en valideren. Hij wilde niet het overleveren van hadith verbieden. Zie je niet dat toen hij gevraagd werd over de erfenis van de grootvader, en hij het niet vond in het Boek, hoe hij ernaar op zoek ging in de sunna (i.e. overleveringen)? En toen betrouwbare personen hem informeerden was hij niet tevreden totdat hij andere betrouwbare mensen navroeg. En hij zei niet: “Het Boek is genoeg voor ons”, zoals de Khawarij zeggen.

Bron: Tadhkirat ul-Huffadh, Vol. 1, Blz. 2 – 3

0