De waarheid is met Imam Ali (as)

in Imam Ali (as)

Al-Hakim & Al-Dhahabi:

Van `Amra bint Abd al-Rahman, die zei: Toen Ali naar Basra vertrok ging hij eerst langs bij Umm Salama, de vrouw van de Profeet (s), om afscheid te nemen. Zij zei: “Reis met de bescherming van Allah en zijn veiligheid. Want Wallah, jij bent op de waarheid en de waarheid is met jou. En was het niet dat ik het haat om Allah en Zijn Boodschapper ongehoorzaam te zijn, want hij heeft ons bevolen om in onze huizen te blijven, dan zou ik met jou vertrokken zijn. Maar Wallah, ik zal iemand met jou sturen die beter is en mij meer geliefd is dan mijzelf; mijn zoon Omar.”

Al-Hakim:Sahih (authentiek) volgens de criteria van Bukhari en Muslim.”

Al-Dhahabi: “Volgens de criteria van Bukhari en Muslim.”

Bron: Al-Mustadrak, Vol. 3, Blz. 129, # 4611

 

 

Al-Hakim & Al-Dhahabi:

Van Jara bin Kulayb al-`Amiri, die zei: Toen Ali naar Siffien vertrok, wilde ik niet strijden. Dus ik ging naar Medina naar Maymouna bint al-Harith, en zij zei: “Van waar ben jij?” Ik zei: “Van de mensen van Koufa.” Zij zei: “Wie van hen?” Ik zei: “Van Bani `Amir.” Zij zei: “Welkom, voor wat ben je gekomen?” Ik zei: “Ali is vertrokken naar Siffien, en ik wilde niet strijden, dus zijn wij gekomen naar hier.” Zij zei: “Heb je hem trouw gezworen?” Ik zei: “Ja.” Zij zei: “Keer dan terug naar hem en wees met hem, want Wallah, hij is niet gedwaald, noch is er door hem gedwaald.”

Al-Hakim: Deze overlevering is Sahih (authentiek) volgens de criteria van Bukhari en Muslim.”

Al-Dhahabi: “Volgens de criteria van Bukhari en Muslim.”

Bron: Al-Mustadrak, Vol. 3, Blz. 152, # 4680

 

 

Al-Haythami:

Van Jara bin Samura, die zei: Toen hetgeen plaatsvond tussen de mensen van Basra en Ali bin Abi Talib, vertrok ik totdat ik aankwam in Medina. Ik ging vervolgens naar Maymouna bint al-Harith. Ik begroette haar en zij zei: “Van waar ben jij?” Ik zei: “Van de mensen van Irak.” Zij zei: “Welk deel van Irak?” Ik zei: “Van Koufa.” Zij zei: “Wie van hen?” Ik zei: “Van Bani `Amir.” Zij zei: “Welkom, voor wat ben je gekomen?” Ik zei: “Er ontstond tussen Ali en Talha hetgeen wat ontstond, dus ik zwoer trouw aan Ali.” Zij zei: “Houd je dan vast aan hem, want Wallah, hij is niet gedwaald, noch is er door hem gedwaald.” Zij zei dit drie keer.

“Overgeleverd door Al-Tabarani en de overleveraars zijn Sahih (authentiek), behalve Jara bin Samura, en hij is betrouwbaar.”

Bron: Majma`, Vol. 9, Blz. 129, # 14769

 

 

Ibn Abi Shayba:
Van Maymouna, toen de splitsing (tussen de moslims) plaatsvond, werd Maymouna gevraagd: “O moeder der gelovigen!” Zij zei: “Wees bij Ali bin Abi Talib, want Wallah, hij is niet gedwaald, noch is er door hem gedwaald.” 
Bron: Al-Musannaf, Vol. 17, Blz. 131, # 32786 

Al-Haythami:

Van Abu Sa`id al-Khudri, die zei: We waren bij het huis van de Profeet (s) met een groep van de Muhajirien en de Ansar. Hij (s) zei: “Zal ik jullie niet vertellen over de besten van jullie?” Zij zeiden: “Jawel.” Hij (s) zei: “De besten van jullie zijn degenen die hun afspraken nakomen en zich reinigen. Allah houdt van de degene die vroom is en onopgemerkt is.” Ali bin Abi Talib kwam langs, dus zei hij (s): “De waarheid is met hem, de waarheid is met hem!”

“Overgeleverd door Abu Ya`la, en de overleveraars zijn betrouwbaar.”

Bron: Majma`, Vol. 7, Blz. 337, # 12027

Abi Ya`la al-Mawsali:

Van Abu Sa`id al-Khudri, die zei: We waren bij het huis van de Profeet (s) met een groep van de Muhajirien en de Ansar. Hij (s) kwam naar ons en zei: “Zal ik jullie niet vertellen over de besten van jullie?” Zij zeiden: “Jawel.” Hij (s) zei: “De besten van jullie zijn degenen die de beloften nakomen en zich reinigen. Allah houdt van degene die vroom en onopgemerkt is.” Vervolgens kwam Ali bin Abi Talib langs, dus zei hij (s): “De waarheid is met hem, de waarheid is met hem!”

Irshad ul-Haq: “De overleveraars zijn betrouwbaar.”

Bron: Musnad, Vol. 2, Blz. 17, # 1047

Fakhr ul-Dien al-Razi:

Wie zijn religie volgt middels Ali bin Abi Talib, die is geleid. En het bewijs daarvoor is de uitspraak van hem (s): “O Allah, keer de waarheid met Ali waar hij zich maar heen keert.”

Bron: Mafatieh ul-Ghayb, Vol. 1, Blz. 210

0