De Thaqalayn

in Familie

Muslim bin Hajjaj:

Van Yazid bin Hayyan, die zei: Ik ging samen met Husain bin Sabra en Omar bin Muslim naar Zayd bin Arqam. Toen wij met hem zaten, zei Husain tegen hem: “Jij hebt veel goeds ontvangen, O Zayd! Jij hebt de Profeet (s) gezien, zijn overleveringen gehoord, je hebt naast hem gestreden en je hebt achter hem gebeden. Jij hebt veel goeds ontvangen, O Zayd! Vertel ons, O Zayd, wat je van de Profeet (s) hebt gehoord.” Zayd zei: “O neef, ik ben oud geworden en ik ben bijna door mijn jaren heen en ik ben enkele dingen vergeten die ik van de Profeet (s) had begrepen. Dus accepteer wat ik vertel en dwing mij niet om te vertellen wat ik niet wil vertellen.” Zayd vervolgde: “Op een dag stond de Profeet (s) op om een preek te geven aan ons, bij een waterplaats genaamd Khum, dat tussen Mekka en Medina ligt. Hij (s) dankte Allah, eerde Hem en prees Hem. Daarna zei de Profeet (s): “O mensen, ik ben een mens en ik sta op het punt om bezocht te worden door de engel des doods van Allah, maar ik laat twee belangrijke dingen met jullie achter. Eén van de twee is het Boek van Allah, waarin de leiding en het licht zit, dus houd jullie vast aan het Boek van Allah. En de tweede is mijn Ahlalbait. Ik herinner jullie aan mijn Ahlalbait! Ik herinner jullie aan mijn Ahlalbait! Ik herinner jullie aan mijn Ahlalbait!”

Bron: Sahih Muslim, Blz. 980 – 981, # 2408

 

 

Al-Nasa’i:

Van Abi Tufayl, van Zayd bin Arqam, die zei: Toen de Profeet (s) terugkeerde van zijn afscheidsbedevaart en aankwam bij bij Ghadier Khum, gaf hij het bevel om een podium te maken. Vervolgens zei hij (s): “Ik ben geroepen en ik heb geantwoord. Waarlijk, ik heb de twee belangrijke dingen met jullie achtergelaten, waarvan de één belangrijker is dan het ander; het Boek van Allah en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Dus kijk maar hoe jullie mij zullen vervangen middels deze twee, want zij zullen niet van elkaar scheiden totdat ze bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).” Vervolgens zei de Profeet (s): “Allah is mijn meester en ik ben de leider van iedere gelovige.” Toen pakte hij (s) de hand van Ali en zei: “Voor wie ik zijn leider ben, is ook Ali zijn leider! O Allah, bevriend wie hem bevriend en wees vijandig tegen degene die hem vijandig is.” Ik vroeg aan Zayd: “Heb je dit gehoord van de Profeet (s)?” Zayd antwoordde: “Er is geen persoon die daar aanwezig was, behalve dat hij het met zijn ogen gezien heeft en met zijn oren gehoord heeft.”

Ahmad Mirien al-Baloushi:Sahih (authentiek).”

Bron: Khasa’is Amir ul-Mu’minien, Blz. 96, # 79

Ibn Kathir:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Al-Nasa’i overleverde alleen deze versie. Al-Dhahabi heeft gezegd: “Deze overlevering is Sahih(authentiek).”

Abd al-Mohsin al-Turki: Deze overlevering is ook overgeleverd door Al-Hakim in zijn Mustadrak, via de keten met Habib bin Abi Thabit. Al-Hakim zei: “Deze overlevering is Sahih (authentiek)”, en Al-Dhahabi ging daarmee akkoord.

Bron: Al-Bidaya wa al-Nihaya, Vol. 7, Blz. 668

Al-Tahawi:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Abu Ja`far zei: “De overleveringsketen is Sahih (authentiek).”

Shu`aib al-Arna’out: “De overleveraars zijn betrouwbaar, het zijn de overleveraars van Bukhari en Muslim.”

Bron: Sharh Mushkil al-Athaar, Vol. 5, Blz. 18, # 1765

Ibn Hajar al-`Asqalani:

Van Ali, die zei: De Profeet (s) stopte bij een boom in Khum. Daarna kwam hij (s) en pakte mijn handen zei (tegen de mensen): “Getuigen jullie niet dat Allah jullie Heer is?” De mensen zeiden: “Jawel!” Daarna zei hij (s): “Getuigen jullie niet dat Allah en Zijn Boodschapper meer recht hebben over jullie, dan jullie over julliezelf hebben en dat Allah en Zijn Boodschapper jullie meesters zijn?” Zij zeiden: “Jawel!” Daarna zei hij (s): “Voor wie Allah en Zijn Boodschapper de meesters zijn, dan is deze Ali ook zijn meester. En ik heb met jullie iets achtergelaten dat indien jullie eraan vasthouden, jullie niet zullen dwalen; het Boek van Allah en mijn Ahlalbait.”

Deze overleveringsketen is Sahih (authentiek).
 
Bron: Al-Mataalib, Vol. 14, Blz. 132, # 3943

Al-Busiri:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Is’haq overleverde het met een Sahih (authentieke) overleveringsketen.

Bron: It’haf ul-Khirat al-Mahra, Vol. 9, Blz. 279, # 7984

Muttaqi al-Hindi:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Het is overgeleverd door Ibn Rahawayh, Ibn Jarir, Ibn Abi `Asim en Al-Mahamily in zijn Amali, en hij verklaarde het Sahih (authentiek). 

Bron: Kanz ul-`Ummal, Vol. 13, Blz. 140, # 32441

Al-Tirmidhi:
Van Jabir bin Abdullah, die zei: Ik zag de Profeet (s) tijdens zijn bedevaart op de dag van `Arafa. Hij (s) zat op zijn kameel en gaf een preek. Ik hoorde hem (s) zeggen: “O mensen, ik heb iets met jullie achtergelaten dat als jullie er aan vasthouden, jullie nooit zullen dwalen; het boek van Allah en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait.”
Al-Albaani:Sahih (authentiek).”

Al-Tirmidhi:Hasan Gharieb (goed, maar zeldzaam).”

Van Zayd bin Arqam, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik laat iets achter met jullie van zo’n aard dat je nooit zult dwalen als je er aan vasthoudt. Eén daarvan is groter dan het ander; het boek van Allah– dat een touw is vanaf de hemelen tot de aarde – en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs). Dus denk goed na over hoe je mij zult vervangen middels deze twee.”

Al-Albaani:Sahih (authentiek).”

Al-Tirmidhi:Hasan Gharieb (goed, maar zeldzaam).”

Bron: Sunan al-Tirmidhi, Blz. 855, # 3786 & 3788 

Ahmad bin Hanbal:

Van Abi Sa`id al-Khudri, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik heb iets met jullie achtergelaten dat indien jullie eraan vasthouden, jullie niet zullen dwalen na mij. Eén van hen is groter dan het ander; het boek van Allah – dat een uitgestrekt touw is vanuit de hemelen tot de aarde – en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).”

Ahmad Mohammad Shakir: “De overleveringsketen is Hasan (goed).”

Bron: Al-Musnad, Vol. 10, Blz. 184, # 11499
Ahmad bin Hanbal:
Van Zayd bin Thabit, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik laat met jullie twee leiders achter; het boek van Allah en mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij beiden bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).”

Shu`aib al-Arna’out: “De overlevering is Sahih (authentiek).”

Bron: Musnad, Vol. 35, Blz. 512, # 21654 

Ahmad bin Hanbal:

Van Zayd bin Thabit, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik laat met jullie twee leiders achter; het boek van Allah – dat een uitgestrekt touw is tussen de hemelen en de aarde – en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).”

Ahmad Mohammad Shakir: “De overleveringsketen is Hasan (goed).”
Bron: Al-Musnad, Vol. 16, Blz. 28, # 21470
Al-Suyuti:

Van Zayd bin Thabit, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik laat met jullie twee leiders achter; het boek van Allah – dat een uitgestrekt touw is tussen de hemelen en de aarde – en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).” Overgeleverd door Ahmad in zijn Musnad, en Al-Tabarani in zijn Kabir.

Al-Albaani:Sahih (authentiek).”

Van Zayd bin Arqam, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik laat met jullie iets achter dat indien jullie eraan vasthouden, jullie niet zullen dwalen na mij. Eén van hen is groter dan het ander; het boek van Allah – dat een uitgestrekt touw is vanuit de hemelen tot de aarde – en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs). Dus bedenk hoe jullie mij zullen vervangen met hen.”

Al-Albaani:Sahih (authentiek).”

Bron: Sahih al-Jami` al-Saghir, Vol. 1, Blz. 482, # 2457 – 2458

Ibn Abi `Asim:

Van Zayd bin Thabit, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik heb met jullie de twee leiders na mij achterlaten;het Boek van Allah en mijn nakomelingen. Zij zullen niet van elkaar scheiden, totdat ze bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).”

Basim bin Faysal al-Jawabara: “De overleveringsketen is Hasan (goed).” 

Bron: Al-Sunna, Vol. 2, Blz. 1021, # 1593

0