De situatie van de wereld vóór en ná de komst van de Mahdi (as)

in Imam al Mahdi (as)

Ibn Abi Shayba:
Van Abi Sa`id al-Khudri, die zei: De Profeet (s) zei: “De Mahdi zal in mijn volk zijn. Dus als zijn leeftijd toeneemt of afneemt, zal hij 7 jaar regeren of 8 jaar of 9 jaar. En hij zal de aarde vullen met gelijkheid en rechtvaardigheid, net zoals het gevuld was met onderdrukking. En de lucht zal haar neerslag doen regenen, en de aarde zal haar zegeningen voortbrengen. Mijn volk zal in zijn periode op een manier leven zoals zij nog nooit hebben geleefd.”

Van Abi Sa`id, van de Profeet (s), die zei: “In het eind der tijden zal er een leider voortkomen die de rechten op ontelbare wijze zal schenken (aan de mens).”

Bron: Al-Musannaf, Vol. 21, Blz. 285 – 288 
Van een metgezel van de Profeet (s), dat hij (s) zei: “De Mahdi zal niet voortkomen totdat de onschuldige ziel zal worden vermoord. Dus wanneer de onschuldige ziel vermoord is, zullen degenen in de hemelen en op aarde boos worden op hen. De Mahdi zal dan naar de mensen komen. Zij zullen om hem heen lopen net zoals de bruidegom om zijn bruid loopt op de avond van haar huwelijksceremonie. Hij zal de aarde vullen met gelijkheid en rechtvaardigheid, en de aarde zal haar vegetatie voortbrengen en de lucht zal haar neerslag doen regenen. Mijn volk zal genieten tijdens zijn leiderschap zoals het nog nooit heeft genoten.”
Mohammad `Awwama: “De overleveraars zijn betrouwbaar.”
Bron: Al-Musannaf, Vol. 21, Blz. 294, # 38808
Al-Tirmidhi:
Van Abi Sa`id al-Khudri, die zei: We vreesden dat er na onze Profeet (s) slechte dingen zouden plaatsvinden, dus vroegen wij de Profeet (s), en hij (s) zei: “In mijn volk bevindt zich de Mahdi. Hij zal voortkomen en vervolgens 6, 7 of 8 leven.” Wij zeiden: “En wat is dat?” Hij (s) zei: “Dat zijn jaren. En er zal een man naar hem komen en zeggen: ‘O Mahdi, schenk mij! Schenk mij!’, en hij zal zijn gewaad vullen met de hoeveelheid van wat het kan dragen.”

Deze overlevering is Hasan (goed), en het is op meerdere wijzen overgeleverd van Abi Sa`id al-Khudri.

Bron: Al-Jami` al-Sahih, Vol. 4, Blz. 506, # 2232

0