De leider over iedere gelovige

in Imam Ali (as)

Ahmad bin Hanbal:

Van Imran bin Husain, die zei: De Profeet (s) stuurde een leger met Ali bin Abi Talib als de leider naar Yemen, en hij (Ali) deed iets tijdens die missie. Vier metgezellen van de Profeet (s) kwamen overeen om de daad van Ali te vertellen aan de Profeet (s). Toen we terugkwamen van de missie gingen wij eerst naar de Profeet (s) en groetten hem. Eén van deze metgezellen stond op en zei: “O Profeet, Ali heeft dit en dat gedaan!” De Profeet (s) keerde weg van hem. Toen stond de tweede op en zei: “O Profeet, Ali heeft dit en dat gedaan!” De Profeet (s) keerde weg van hem. Toen stond de derde op en zei: “O Profeet, Ali heeft dit en dat gedaan!” De Profeet (s) keerde weg van hem. Toen stond de vierde op en zei: “O Profeet, Ali heeft dit en dat gedaan!” De Profeet (s) draaide vervolgens naar hem toe, terwijl zijn gezicht veranderd was, en zei: “Laat Ali met rust! Laat Ali met rust! Laat Ali met rust! Ali is van mij en ik ben van hem, en hij is de Wali van iedere gelovige ná mij!”

Ahmad Mohammad Shakir: De overleveringsketen is Sahih (authentiek). En Yazid al-Rashk is bin Abi Yazid, en hij is betrouwbaar volgens alle geleerden. Deze overlevering is ook overgeleverd door Al-Tirmidhi, en zei: “Het is Hasan Gharieb en we kennen het niet behalve via Ja`far bin Sulaiman.” En Al-Hakim heeft het Sahih (authentiek) verklaard volgens de criteria van Muslim, en Al-Dhahabi ging daarmee akkoord.

Bron: Musnad, Vol. 15, Blz. 78 – 79, # 19813

 

Ibn Namir overleverde van Ajlah al-Kindi van Abdullah bin Buraida van zijn vader Buraida, die zei: De Profeet (s) stuurde twee groepen naar Yemen. Over één van de groep was Ali bin Abi Talib de leider, en over de ander was Khalid bin Walid de leider. Toen zei hij (s): “Als jullie elkaar vergezellen, dan zal Ali beide groepen leiden, en als jullie apart gaan dan zullen jullie beide jullie eigen soldaten leiden.” We zagen Bani Zaid van het volk van Yemen, dus wij bestreden hen, en de moslims wonnen van de polytheisten. We maakten vervolgens de strijders af en we namen de overige (overlevenden) gevangen, en Ali nam een vrouw van de gevangen voor zichzelf. Khalid bin Walid stuurde mij met een brief naar de Profeet (s) om hem over dat incident (van Ali) te vertellen. Toen ik bij de Profeet (s) aankwam, gaf ik hem de brief en ik zag de woede in het gezicht van de Profeet (s), dus ik zei: “O Boodschapper van Allah, je stuurde mij met een man die ik moest gehoorzamen, dus ik deed hetgeen wat mij is opgedragen.” De Profeet (s) zei: “Zoek geen fouten in Ali, want hij is van mij en ik ben van hem, en hij is jullie Wali ná mij! Hij is van mij en ik ben van hem, en hij is jullie Wali ná mij!”

Ahmad Mohammad Shakir: “De overleveringsketen is Sahih (authentiek).”

 

Bron: Musnad, Vol. 16, Blz. 497, # 22908

 

 

Al-Manawi:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Onze voorouder Zayn ul-`Iraqi zei: “Ajlah al-Kindi is betrouwbaar verklaard door de jumhour (meerderheid), en de rest van de overleveraars zijn Sahih (authentiek).”

Bron: Faydh ul-Qadier, Vol. 4, Blz. 357

 

 

Al-Tirmidhi:

Van Imran bin Husain, die zei: … De Profeet (s) zei: “Wat willen jullie van Ali?! Wat willen jullie van Ali?! Wat willen jullie van Ali?! Ali is van mij en ik ben van hem, en hij is de Wali van iedere gelovige ná mij!”

Al-Albaani:Sahih (authentiek).”Al-Tirmidhi: “Deze overlevering is Hasan Gharieb (goed, maar zeldzaam), we kennen deze versie enkel via de overlevering van Ja`far bin Sulaiman.” 

Bron: Sunan al-Tirmidhi, Vol. 5, Blz. 842, # 3712

Al-Dhahabi:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Het is overgeleverd door Al-Tirmidhi en hij verklaarde het Hasan (goed), en het is overgeleverd door Al-Nasa’i. Ja`far bin Sulaiman stierf in 178 na de Hijra. Muslim overleverde van hem.
Shu`aib al-Arna’out: “De overleveringsketen is Qawiy (sterk), en het is overgeleverd door Al-Tirmidhi en hij verklaarde het Hasan (goed), en het staat ook in Musnad.”

Bron: Siyar A`lam al-Nubala, Vol. 8, Blz. 199 – 200

 

Ibn Hajar al-`Asqalani:

وأخرج أحمد هذا الحديث من طريق أجلح الكندي عن عبد الله بن بريدة بطوله وزاد في آخره لا تقع في علي فإنه مني وأنا منه وهو وليكم بعدي وأخرجه أحمد أيضا والنسائي من طريق سعيد بن عبيدة عن عبد الله بن بريدة مختصرا وفي آخره فإذا النبي – صلى الله عليه وسلم – قد احمر وجهه يقول : من كنت وليه فعلي وليه وأخرجه الحاكم من هذا الوجه مطولا وفيه قصة الجارية نحو رواية عبد الجليل ، وهذه طرق يقوي بعضها بعضا
Ahmad overleverde deze overlevering via de route van Ajlah al-Kindi van Abdallah bin Buraida, en aan het eind voegde hij toe: “Zoek geen fouten in Ali, want hij is van mij en ik ben van hem, en hij is jullie Wali ná mij”. Al-Nasa’i en ook Ahmad hebben het overgeleverd via Sa`id bin `Obaida van Abdallah bin Buraida in een kortere versie, en aan het eind staat er: “Toen werd het gezicht van de Profeet (s) rood, en zei: “Van wie ik zijn Wali ben, dan is Ali zijn Wali!”. En Al-Hakim overleverde dit ook, maar dan langer, waarin een verhaal staat over een vrouw, net zoals de overlevering van Abdul Jalil. En al deze overleveringsketens versterken elkaar.”
Bron: Fat’h ul-Bari

 

http://library.islamweb.net/newlibrary/display_book.php?flag=1&bk_no=52&ID=7845

 

 

Ahmad bin Hanbal:

Van `Amr bin Maymouna, die zei: Ik zat een keer met Ibn `Abbas, toen 9 mannen naar hem kwamen en zeiden: “O Ibn `Abbas, kom met ons mee of vertel deze mensen om ons alleen te laten met jou.” Ibn `Abbas zei: “Ik zal met jullie meegaan.” In die tijd had Ibn `Abbas zijn gezichtsvermogen nog. Ze begonnen te praten maar wij wisten niet wat zij zeiden. Vervolgens kwam Ibn `Abbas boos terug, en zei: “Wee hen! Ze redetwisten over een man die 10 zegeningen bezit!

Ze redetwisten over een man over wie de Profeet (s) zei: “Ik zal een man sturen die nooit vernederd zal worden door Allah, en van Allah en Zijn boodschapper houdt.” Iedereen begeerde het (om die ene man te zijn). Vervolgens zei de Profeet (s): “Waar is Ali?” Ali kwam met ontstoken ogen en kon niets zien. De Profeet (s) spuugde in zijn ogen, schudde de vlag driemaal, en overhandigde hem de vlag. Vervolgens kwam Ali (overwinnend) terug met Safiyya bint Huyay.

De Profeet (s) stuurde een keer iemand met hoofdstuk Al-Tawba, maar stuurde vervolgens Ali achter die persoon aan om het over te nemen. Hij (s) zei: “Niemand mag ermee weggaan behalve een persoon die van mij is en ik van hem.”

De Profeet (s) vroeg een keer aan zijn neven: “Wie van jullie wil mijn Wali zijn in deze wereld en in het hiernamaals?” Allemaal weigerden zij. Ali was daar ook aanwezig, en zei: “Ik zal jouw Wali zijn in deze wereld en in het hiernamaals.” De Profeet (s) antwoordde: “Jij bent inderdaad mijn Wali in deze wereld en in het hiernamaals.”

Ali was de eerste van de mensen die moslim werd, ná Khadija. En de Profeet (s) wikkelde een keer zijn mantel om Ali, Fatima, Hasan en Husain en reciteerde vervolgens: “Allah wenst alleen onreinheden bij jullie weg te houden O Ahlalbait, en jullie te reinigen met een (zuivere) reiniging.” [33:33].

En Ali offerde een keer zichzelf op. Hij deed de kleding aan van de Profeet (s) en sliep vervolgens in zijn plaats. De polytheïsten bekogelden de Profeet (s) altijd. Vervolgens kwam Abu Bakr, terwijl Ali aan het slapen was. Abu Bakr dacht dat Ali de Profeet was, dus zei hij tegen Ali: “O Profeet van Allah.” Ali zei tegen hem: “De Profeet (s) is vertrokken naar een waterplaats, genaamd Maymoun.” Abu Bakr vertrok en kwam hem (s) tegen, en ging samen met hem (s) de grot in. Ali werd vervolgens door de polytheisten bekogeld met stenen, net zoals de Profeet (s) altijd bekogeld werd. Ali kronkelde (van de pijn). Hij had zijn hoofd bedekt en liet het niet zien. Totdat het ochtend werd, liet hij zijn gezicht zien, waarna de polytheisten zeiden: “Jij bent slecht! Jouw metgezel bekogelden wij altijd met stenen en kronkelde niet, maar jij kronkelt wel. Dat vonden wij vreemd!”

En een keer vertrok de Profeet (s) samen met de mensen naar Tabouk. Ali zei tegen hem (s): “Mag ik mee?” De Profeet (s) zei: “Nee.” Ali huilde. De Profeet (s) zei toen tegen Ali: “Ben je niet tevreden dat jij voor mij bent zoals Haroun was voor Musa, behalve dat jij geen profeet bent? En ik kan niet vertrekken, behalve als jij mijn khalief (plaatsvervanger) bent.” De Profeet (s) zei ook tegen hem: “Jij bent de Wali van iedere gelovige ná mij.”

Ahmad Mohammad Shakir: “De overleveringsketen is Sahih (authentiek). Abu Balj, zijn naam is Yahya bin Salim en hij wordt ook wel Yahya bin Abi al-Aswad al-Fazari genoemd. Hij isbetrouwbaar. Ibn Ma`in, Ibn Sa`d, Al-Nasa’i en Al-Darqutni en anderen hebben hembetrouwbaar verklaard.”
Bron: Musnad, Vol. 3, Blz. 331 – 333, # 3062
Ibn Kathir:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Abd al-Mohsin al-Turki: “De overleveringsketen is Sahih (authentiek).”

Bron: Al-Bidaya wa al-Nihaya, Vol. 11, Blz. 43 – 45

Al-Hakim & Al-Dhahabi:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Al-Hakim: “De overleveringsketen van deze overlevering is Sahih (authentiek).”
Al-Dhahabi:Sahih (authentiek).”
Bron: Al-Mustadrak, Vol. 3, Blz. 134, # 4652

 

Al-Nasa’i:

Van Zayd bin Arqam, die zei: Toen de Profeet (s) terugkeerde van zijn afscheidsbedevaart en aankwam bij bij Ghadier Khum, gaf hij het bevel dat er een Dawhat (podium) zou worden gemaakt. Vervolgens zei hij (s): “Ik ben geroepen en ik heb geantwoord. Waarlijk, ik heb de Thaqalayn (de twee belangrijke dingen) met jullie achtergelaten, waarvan de één belangrijker is dan het ander; het Boek van Allah en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Dus kijk maar hoe jullie mij zullen volgen middels deze twee, want zij zullen niet van elkaar scheiden totdat ze bij mij terugkeren bij het meer (in het paradijs).” Vervolgens zei de Profeet (s): “Allah is mijn Mawla en ik ben de Wali van iedere gelovige.” Toen pakte hij (s) de hand van Ali en zei: “Voor wie ik zijn Wali ben, dan is Ali zijn Wali! O Allah, bevriend wie hem bevriend en wees vijandig tegen degene die hem vijandig is.” Ik vroeg aan Zayd: “Heb je dit gehoord van de Profeet (s)?” Hij (Zayd) antwoordde: “Er is geen persoon die daar aanwezig was, of hij heeft het gezien met zijn ogen en met zijn oren gehoord.”

Ahmad Mirien al-Baloushi:Sahih (authentiek).”

Bron: Khasa’is Amir ul-Mu’minien, Blz. 96, # 79

Ibn Hajar al-`Asqalani:

Van Ali, die zei: “De Profeet (s) stopte bij een boom in Khum”, en daarna kwam hij (s) en pakte de hand van Ali, en zei (tegen de mensen): “Getuigen jullie niet dat Allah jullie Heer is?” De mensen zeiden: “Jawel!” Daarna zei hij (s): “Getuigen jullie niet dat Allah en Zijn Boodschapper meer recht hebben over jullie, dan jullie over julliezelf hebben, en dat Allah en Zijn Boodschapper jullie Awliya’ zijn?” Zij zeiden: “Jawel!” Daarna zei hij (s): “Dus voor eenieder wiens Mawla Allah en Zijn Boodschapper is, dan is deze Ali zijn Mawla. En ik heb met jullie iets achtergelaten, als jullie eraan vasthouden, zullen jullie niet dwalen: het Boek van Allah en mijn Ahlalbait.”

“Deze overleveringsketen is Sahih (authentiek).”
 
Bron: Al-Mataalib, Vol. 14, Blz. 132, # 3943

 

0