De dag van de grote tragedie

mustadrak-2Bcover
Complete afvalligheid
1 maart 2016
vraag-en-antwoord
Welkom allemaal!
1 maart 2016
Show all

De dag van de grote tragedie

Cover-Book-of-Sulaym-Ibn-Qais

Kort na zijn afscheidspreek werd de Profeet (s) dodelijk ziek. Toen de Profeet (s) vervolgens op zijn sterfbed lag, wilde hij een document opstellen. Hij (s) zei tegen de aanwezigen in zijn huis: “Breng mij schrijfmateriaal zodat ik voor jullie een document opstel, waarna jullie na mij nooit zullen dwalen en het nooit oneens zullen zijn met elkaar.”

In zijn huis waren een aantal mensen, waaronder Omar. Op het moment dat de Profeet (s) om schrijfmateriaal vroeg, sprak Omar dit tegen. Omar zei dat de Profeet (s) aan het ijlen is en dat het document niet opgesteld mag worden. De mensen in het huis raakten in een hevige discussie. De ene groep riep dat de Profeet (s) zijn document moet opstellen en de andere groep riep wat Omar had geroepen. De Profeet (s) werd woedend en stuurde de opstandige mensen weg.

Binnen het sjiisme wordt deze dag gezien als de dag dat er een splitsing ontstond binnen de Islam; de dag dat hypocrisie en ongeloof voor het eerst helder te zien waren. We beginnen eerst met sjiitische overleveringen en vervolgens zullen we het verhaal vanuit soennitische bronnen bespreken.

Het document van de Profeet (s).

Sulaym bin Qays (ra): 

Van Aban bin Abi `Ayyash, van Sulaym, die zei: Ik was bij Abdullah bin `Abbas in zijn huis en er was een groep van de shia (sjiieten) met hem. Zij hadden het over de Profeet (s) en zijn dood, dus Ibn `Abbas huilde. Hij zei: De Profeet (s) zei op de maandag – de dag waarop hij stierf – terwijl zijn Ahlalbait en 30 personen van zijn metgezellen om hem heen waren: “Breng mij schrijfmateriaal zodat ik voor jullie een document opstel, waarna jullie na mij nooit zullen dwalen en het nooit oneens zullen zijn met elkaar.” Onder hen was de farao van deze umma, die zei: “De Profeet (s) is aan het ijlen.” De Profeet (s) werd woedend en zei: “Ik zie dat jullie mij tegenstaan terwijl ik nog leef, dus wat dan na mijn dood?” Hij (s) liet vervolgens dat document zitten. 

Sulaym zei: Ibn `Abbas draaide zich om naar mij en zei: “O Sulaym, als die man niet zei wat hij zei, dan had de Profeet (s) datgene voor ons opgeschreven waarna niemand zou dwalen of onenig zou worden.” Een persoon onder de mensen vroeg: “Wie was die man?” Ibn `Abbas zei: “Dat kan niet gezegd worden.” Toen de mensen weg waren, vroeg ik Ibn `Abbas, en hij zei: “Dat was Omar.” Ik zei: “Je hebt de waarheid gesproken. Ik heb Ali, Salman, Aba Dhar en Miqdad horen zeggen dat het Omar was.” Hij zei: “O Sulaym, verberg het voor iedereen behalve voor jouw broeders die jij vertrouwt. Want de harten van deze umma hebben liefde van Abu Bakr en Omar gedronken, net zoals de harten van Bani Isra’il hebben gedronken van de liefde van de kalf van Samiri.”

[Bani Isra’il (kinderen van Israel) staan het meest bekend als het volk van Musa (Mozes). Samiri was degene die Bani Isra’il liet misleiden om een kalf te aanbidden, terwijl Musa (as) 40 dagen wegbleef in de berg van Sina’i.]

Bron: Kitab Sulaym, Blz. 324

Na de dood van de Profeet (s) en na de staatsgreep van Abu Bakr en Omar, had Imam Ali (as) nog regelmatig discussies met de metgezellen om voor zijn rechten op te komen. Hieronder zo’n discussie die relevant is voor dit onderwerp.

Sulaym bin Qays (ra):

Sulaym overlevert: Imam Ali (as) zei: O Talha, was je niet aanwezig toen de Profeet (s) om papier vroeg, waarop hij zou schrijven wat de umma niet zou laten dwalen of verschillen? En vervolgens zei jouw metgezel: “De Profeet van Allah is aan het ijlen.” Dus de Profeet (s) werd woedend en liet het vervolgens.

Talha zei: “Jawel, ik heb dat meegemaakt.”

Imam Ali (as) zei: “Toen jullie weggingen vertelde de Profeet (s) dit allemaal aan mij. En hij vertelde mij ook wat hij wilde schrijven en waar het volk van zou getuigen. Jibra’il vertelde hem dat Allah op de hoogte was wat voor onenigheid en splitsing de umma zal hebben. Dus hij vroeg om papier en dicteerde mij wat hij wilde schrijven op het papier, en hij liet drie mensen getuigen: Salman, Aba Dhar en Miqdad. En hij noemde de namen van de geleide Imams; degenen waarvan Allah bevolen heeft om hen te gehoorzamen tot aan de Dag der Opstanding. Hij noemde mij als eerst van hen, vervolgens deze zoon van mij (Al-Hasan), en vervolgens Al-Husain, en vervolgens 9 van de nakomelingen van Al-Husain. Is het niet zo, O Aba Dhar en Miqdad?” Zij stonden op en zeiden: “Wij getuigen daarvan voor de Profeet (s).”

Bron: Kitab Sulaym, Blz. 211 – 212

 

Hierboven las je dat de Profeet (s) voorkomen werd door Omar om zijn document op te stellen. Maar nadat de Profeet (s), Omar en zijn aanhang naar buiten had gestuurd, heeft de Profeet (s) met zijn vertrouwelingen het document alsnog opgesteld. Daarin legde hij vast wie zijn opvolgers zouden zijn; Ali, daarna Hasan, daarna Husain en daarna nog 9 nakomelingen van Husain.

Laten we nu kijken hoe het verhaal terug te vinden is in de soennitische bronnen. 

Het verhaal vanuit soennitische bronnen.

Al-Bukhari:

Van Ibn `Abbas, die zei: Toen de tijd aanbrak dat de Profeet (s) zou sterven, zei de Profeet (s) tegen een aantal mannen die aanwezig waren in zijn huis: “Kom en laat mij iets opschrijven voor jullie, zodat jullie nooit zullen dwalen.” Omar zei toen: “De Profeet is ernstig ziek. We hebben de Koran en die is genoeg voor ons.” De mensen in het huis werden het oneens met elkaar. Sommigen van hen zeiden: “Laat de Profeet hetgeen opschrijven, zodat wij nooit zullen dwalen.” En sommigen zeiden exact wat Omar zei. Toen zij zoveel herrie maakten in het bijzijn van de Profeet (s), zei de Profeet (s) tegen hen: “Ga weg en laat me met rust!” Ibn `Abbas zei: “Het was een grote tragedie dat hun herrie ervoor zorgde dat de Profeet (s) zijn document niet kon schrijven.”

Bron: Sahih al-Bukhari, Blz. 41, #  114

Van Ibn `Abbas, die zei: Toen de Profeet op zijn sterfbed lag, en er enkele personen aanwezig waren in zijn huis, waaronder Omar bin al-Khattab, zei de Profeet (s): “Breng mij materiaal om te schrijven, zodat ik voor jullie iets zal opschrijven waarna jullie nooit zullen dwalen.” Omar zei: “De Profeet (s) is overwonnen door zijn ziekte. Jullie hebben de Koran en die is voldoende voor ons.” De mensen van het huis werden het oneens. Onder hen waren er die zeiden: “Geef hem zodat hij voor jullie iets zal schrijven, waarna jullie nooit zullen dwalen.” En sommigen van hen zeiden wat Omar zei. Toen hun lawaai en onenigheid toenam, zei de Profeet (s): “Ga weg!” Ubaydullah zei dat Ibn `Abbas altijd zei: “Het is de tragedie der tragedies, dat de Profeet (s) voorkomen werd om te schrijven wat hij wilde wegens hun onenigheid en lawaai.”
 
Bron: Sahih al-Bukhari, Blz. 1438, # 5669

Van Sulayman, van Sa`id bin Jubair, die zei: Ibn `Abbas zei: “Donderdag! En wat gebeurde er op donderdag!” Vervolgens huilde hij, totdat zijn tranen het grind natmaakten. Hij zei: Op de donderdag verergerde de ziekte van de Profeet (s), dus zei hij: “Breng mij materiaal om te schrijven, zodat ik voor jullie iets opschrijf waarna jullie nooit zullen dwalen.” De mensen maakten ruzie, en ruzie maken is niet toegestaan in het bijzijn van de Profeet (s). Zij zeiden: “De Profeet (s) is aan het ijlen.” Hij (s) zei: “Laat mij, want waar ik mij in bevind, is beter dan hetgeen waar jullie mij naar uitnodigen.” Sulayman zei dat Sa`id zei: Hij (s) vroeg om drie dingen: Zet de polytheïsten uit het Arabische schiereiland, beloon de buitenlandse delegaten zoals ik hen heb beloond en de derde ben ik vergeten.

Bron: Sahih al-Bukhari, Blz 752, # 3053

Van Sulayman, van Sa`id bin Jubair, die zei: Ibn `Abbas zei: “Donderdag! En wat gebeurde er op donderdag!” Vervolgens huilde hij, totdat zijn tranen het grind natmaakten. Ik zei: “O Ibn `Abbas, wat gebeurde er op de donderdag?” Hij zei: “De ziekte van de Profeet (s) verergerde, dus zei hij: “Breng mij materiaal om te schrijven, zodat ik voor jullie iets zal opschrijven waarna jullie nooit zullen dwalen.” De mensen maakten ruzie, en ruzie maken is niet toegestaan in het bijzijn van de Profeet (s). Zij zeiden: “Wat is er met hem? Is hij aan het ijlen? Vraag hem.” Hij (s) zei: “Laat mij, want waar ik mij in bevind, is beter dan hetgeen waar jullie mij naar uitnodigen.” Hij (s) beval hen drie dingen: Zet de polytheïsten uit het Arabische schiereiland en beloon de buitenlandse delegaten zoals ik hen heb beloond. Sulayman zei: Over de derde was Sa`id stil of hij zei het, maar ben ik het helaas vergeten.

Bron: Sahih al-Bukhari, Blz. 782, # 3168

Muslim bin al-Hajjaj: 

[Dezelfde overlevering als # 3168 van Sahih al-Bukhari].

Van Sa`id bin Jubair, die zei: Ibn `Abbas zei: “Donderdag! En wat gebeurde er op donderdag!” Vervolgens vloeiden zijn tranen, totdat ik ze als een parelketting op zijn wangen zag. Hij zei: De Profeet (s) zei: “Breng mij materiaal om te schrijven, zodat ik voor jullie iets opschrijf waarna jullie nooit zullen dwalen.” De mensen zeiden: “Hij is aan het ijlen.”

[Dezelfde overlevering als # 5669 van Sahih al-Bukhari].

Bron: Sahih Muslim, Vol. 2, Blz. 771 – 772, # 1637 (20, 21, 22)

Al-Haythami:

Van Omar bin al-Khattab, die zei: Toen de Profeet (s) ziek werd, zei hij (s): “Breng mij schrijfmateriaal, zodat ik voor jullie een document kan opstellen waarna jullie na mij nooit zullen dwalen.” Wij hadden daar een intense afkeur voor. Vervolgens zei hij (s) weer: “Breng mij papier, zodat ik voor jullie een document kan opstellen waarna jullie nooit zullen dwalen.” De vrouwen achter een gordijn zeiden: “Horen ze de Profeet (s) dan niet?!” Ik zei: “Jullie vrouwen zijn zoals de metgezellen van Yusuf (i.e. misleiders). Als hij (s) ziek is, dan huilen jullie, maar als hij beter is, dan belasten jullie hem.” De Profeet (s) zei vervolgens: “Laat de vrouwen, want zij zijn beter dan jullie.”

Overgeleverd door Al-Tabarani in Al-Awsat. In de overleveringsketen zit Mohammad bin Ja`far bin Ibrahim. Al-`Uqayli zei dat er twijfel is over hem. De overige overleveraars zijn betrouwbaar, maar over sommigen van hen is er meningsverschil

Bron: Majma` ul Zawa’id, Vol. 8, Blz. 436 – 437, # 14257
 

Je kunt je enkel afvragen waarom Omar en zijn aanhang een afkeur hadden voor een document van leiding. Hij wilde dit absoluut niet laten gebeuren.

Ahmad bin Hanbal:

Van Jabir, die zei: De Profeet (s) vroeg vlak voor hij zou overlijden om een blad, waarop hij iets zou schrijven waardoor de moslims nooit zouden dwalen. Omar stond het tegen, waardoor de Profeet (s) het liet zitten.

Ahmad Mohammad Shakir: “De overleveringsketen is hasan (goed).”

Bron: Musnad, Vol. 11, Blz. 526, # 14661

Een korte analyse.

Het is nu duidelijk dat Omar en zijn aanhangers degenen waren die dit document tegenstonden en de stichters waren van deze ruzie. Het is ook vrij logisch om te weten dat de Profeet (s) niet iedereen het huis uitstuurde, maar slechts de herrieschoppers. Waarom zou de Profeet (s) degenen eruit sturen die het voor hem (s) opnamen? Sterker nog, dat zou onverstandig zijn geweest, omdat deze twee groepen dan buiten verder zouden ruziën en misschien zelfs overgaan op geweld. Bij een conflict moet je de ruziënde partijen juist uit elkaar houden.

Het feit overigens dat de Profeet (s) deze herrieschoppers uit zijn huis stuurde, staat in feite gelijk aan dat hij ze uit de Islam stuurde. Weggestuurd worden door de Profeet (s), de beheerder van de Islam, zegt voldoende: Omar is deze dag officieel uit de Islam ontslagen.

Maar dat terzijde. We zien dat de Profeet (s) een document wilde opstellen, waarna de moslims nooit meer zullen dwalen. Dit doet ons denken aan de uitspraak van de Profeet (s) tijdens zijn afscheidsbedevaart: “Ik laat voor jullie de twee belangrijke dingen achter. Indien jullie eraan vasthouden, zullen jullie nooit dwalen: het Boek van Allah en mijn Ahlalbait. Zij zullen nooit van elkaar scheiden.” [Refereer naar het vorige artikel]. Het is vrij logisch dat de Profeet (s) deze uitspraak tijdens zijn afscheidsbedevaart wilde documenteren in zijn testament. Waarom zou dit te ver gezocht zijn? Een soennitische geleerde zegt immers het volgende:

Abi al-Faraj Ibn al-Jawzi:

اختلف العلماء في الذي أراد أن يكتب لهم على وجهين أحدهما أنه أراد أن ينص على الخليفة بعده والثاني أن يكتب كتابا في الأحكام يرتفع معه الخلاف والأول أظهر

De geleerden zijn het niet eens over wat de Profeet (s) voor hen wilde opstellen. Er zijn twee meningen. Eén daarvan: Hij wilde verklaren wie zijn opvolger zal zijn. En de tweede: Hij wilde een document opstellen over wetten, waarmee hij de verschillen (onder de moslims) ontneemt. En de eerste mening is het meest voor de hand liggend.

Bron: Kashf ul-Mushkil

Wat je ook ziet in de overlevering van Sahih al-Bukhari, is dat een overleveraar zegt dat de Profeet (s) zijn testament uiteindelijk wel heeft opgesteld, maar dat hij vergeten is wat er allemaal in stond of zelfs zwijgt over wat er allemaal in stond. De overleveraar vermeldt enkel iets over joden en delegaten, waarvan wij geloven dat, dat überhaupt niet in dat testament stond. Dat heeft helemaal niets te maken met leiding waardoor je nooit dwaalt.

Je ziet heel duidelijk dat de soennitische bronnen geheimzinnig doen over deze gebeurtenis en over wat de Profeet (s) heeft opgeschreven. Wat het ook was wat de Profeet (s) heeft opgeschreven, het was in ieder geval zeer belangrijk voor Omar om het te proberen te voorkomen en voor de soennitische geleerden om het niet te vermelden.

Het was Omar en niemand anders.

Sommige soennitische leken beweren dat Omar niet gezegd had dat de Profeet (s) aan het ijlen was. Zij zeggen dat het anderen waren die dit zeiden, en niet Omar. Laten we dit ophelderen middels uitspraken van de soennitische geleerden.

Abil Baqa’ al-`Ukbari:

Voetnoot: ‘Al-Hujr’ betekent praten op een lelijke en ongepaste manier. En ‘hujr’ is wanneer iemand onzin praat. En zo spreekt iemand die koorts heeft. Dat is wat Omar bin al-Khattab heeft gezegd tijdens de ziekte van de Profeet (s): “Deze man is aan het ijlen”, zoals de Arabieren zeggen.

Bron: Diwan Abi Tayyib, Vol. 1, Blz. 9

Shahab ul-Dien al-Khafaji:

Het is overgeleverd in authentieke overleveringen dat de Profeet (s) tijdens zijn ziekte zei: “Geef mij schrijfmateriaal zodat ik voor jullie een document opstel waarna jullie nooit zullen dwalen na mij.” Omar zei: “Deze man is aan het ijlen. De Koran is genoeg voor ons.” De mensen maakten lawaai, dus zei de Profeet (s): “Ga weg van mij! Ruzie is niet toegestaan in mijn bijzijn.” Ibn `Abbas zei: “Het is de tragedie der tragedies, dat de Profeet (s) is voorkomen om zijn document op te stellen.”


Bron: Nasim ur-Riyadh, Vol. 2, Blz. 855

Ibn ul-Athir:

ومنه حديث مرض النبي صلى الله عليه وسلم [ قالوا : ما شأنه ؟ أهجر ؟ ] أي اختلف كلامه بسبب المرض على سبيل الاستفهام . أي هل تغير كلامه واختلط لأجل ما به من المرض ؟ وهذا أحسن ما يقال فيه ولا يجعل إخبارا فيكون إما من الفحش أو الهذيان . والقائل كان عمر ولا يظن به ذلك

In de overlevering van de ziekte van de Profeet (s), zeiden zij: “Wat is er met hem? Is hij aan het ijlen?” Dat betekent dat de Profeet (s) anders sprak wegens zijn ziekte. Zij zeiden het op een vragende manier. Met andere woorden zeiden de metgezellen: “Spreekt hij anders en verwart hij wegens zijn ziekte?” En dit is het beste wat erover gezegd kan worden. Het mag niet letterlijk opgevat worden, waardoor het te maken heeft met onzin of waanzin. En degene die dit riep was Omar, en dit wordt niet van hem verwacht.” 

Bron: Al-Nihaya

Ibn Taymiyya:

فلما كان يوم الخميس هم أن يكتب كتابا فقال عمر ماله أهجر فشك عمر هل هذا القول من هجر الحمي أو هو مما يقول على عادته
Vervolgens toen het donderdag was, wilde hij (s) een document opstellen, dus zei Omar: “Wat is er met hem? Is hij aan het ijlen?” Omar twijfelde; is dit ijlende spraak van iemand die ziek is of is dit van wat hij in zijn natuurlijke toestand zegt?

Ten slotte lezen we zelfs ook heel duidelijk in een overlevering dat Omar dit zei:Ibn `Uqda:

عن ابن عباس ، قال : قال رسول الله صلى الله عليه وسلم في مرضه : ” آتوني بدواة وصحيفة أكتب لكم كتابا لا تضلوا بعده أبدا ” . قال عمر : إن رسول الله صلى الله عليه وسلم يهجر ، وكثر اللغط في البيت ، فقالوا : لا نأتيك به ، فقال بعدما قال : ربما استقالوها بعد

Van Ibn `Abbas, die zei: De Profeet (s) zei tijdens zijn ziekte: “Breng mij schrijfmateriaal zodat ik voor jullie een document opstel waarna jullie nooit zullen dwalen.” Omar zei: “De Profeet is aan het ijlen!” Er ontstond vervolgens veel lawaai in het huis (van de Profeet). De mensen zeiden: “Zullen we het u brengen?” Hij (s) zei: “Nadat dit is gebeurd?!” Wellicht lieten ze het daarna zitten.

Bron: Al-Juz’

Al met al kunnen we dus concluderen dat Omar het voortouw nam om het document te verwerpen. Zijn aanhang riep vervolgens gewoon hetzelfde als wat hij riep.

De verantwoording van Omar.

Omar verwierp het document zogezegd om twee redenen: Omdat de Profeet (s) volgens hem aan het ijlen was en omdat de Koran voldoende is als leidraad. Laten we kijken of dit gegronde of überhaupt mogelijke redenen zijn.
Was de Profeet (s) aan het ijlen?
Wat betreft dat de Profeet (s) aan het ijlen was, dan heeft de Profeet (s) zelf al een antwoord gegeven. We quoten nogmaals uit Bukhari:
Zij zeiden: “De Profeet (s) is aan het ijlen.” Hij (s) zei: “Laat mij, want waar ik mij in bevind, is beter dan hetgeen waar jullie mij naar uitnodigen.
Bron: Sahih al-Bukhari, Blz 752, # 3053
Verder heeft Allah het volgende te zeggen:
وَمَا يَنطِقُ عَنِ الْهَوَى، إِنْ هُوَ إِلَّا وَحْيٌ يُوحَى
Hij (de Profeet) spreekt niet vanuit zijn eigen begeerte. Wat hij zegt is slechts wat geopenbaard is aan hem. [53:3-4]
Alles wat de Profeet (s) zegt, is openbaring. Het is onmogelijk dat de Profeet (s) ijlt en onzin spreekt. Verder heeft de Profeet (s) over zichzelf gezegd dat er alleen maar waarheid uit zijn mond komt.
Abu Dawud:
Van Abdullah bin `Amr, die zei: Ik schreef alles op wat ik van de Profeet (s) hoorde, want ik wilde het onthouden. Maar Quraysh verbad mij (om dat te doen). Zij zeiden: “Schrijf jij alles op wat jij van de Profeet (s) hoort, terwijl hij een mens is die in een staat van tevredenheid en woede kan spreken?” Dus ik stopte met het schrijven. Ik melde dat vervolgens bij de Profeet (s), dus wees hij naar zijn mond en zei: “Schrijf! Want ik zweer bij Allah, er komt hier niets uit behalve de waarheid.
Al-Albaani: “Sahih (authentiek).”
Bron: Sahih Sunan Abi Dawud, Vol. 2, Blz. 408, # 3646
In de Koran lezen we ook het volgende vers:
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُواْ اسْتَجِيبُواْ لِلّهِ وَلِلرَّسُولِ إِذَا دَعَاكُم لِمَا يُحْيِيكُمْ وَاعْلَمُواْ أَنَّ اللّهَ يَحُولُ بَيْنَ الْمَرْءِ وَقَلْبِهِ وَأَنَّهُ إِلَيْهِ تُحْشَرُون
O jullie die geloven. Beantwoord Allah en Zijn Boodschapper wanneer Hij jullie roept naar hetgeen wat jullie leven schenkt. [8:24]
Waar was Omar om de roep van de Profeet (s) te beantwoorden? Integendeel, hij was zelfs degene die de roep weigerde en voor onenigheid zorgde in het bijzijn van de Profeet (s).
Verder heeft de Profeet (s) ook het volgende te zeggen over onenigheid met profeten.
Muslim bin al-Hajjaj:
Van Abu Huraira, die de Profeet (s) hoorde zeggen: “Wat ik jullie verbied, blijf daar van af. En wat ik jullie beveel, doe jullie best om het uit te voeren. Want degenen vóór jullie zijn vergaan wegens hun vele vragen die zij stelden en hun onenigheid met de profeten.
Bron: Sahih Muslim, Blz. 1106 – 1107, # 1337
Omar opende hier dus een deur van vernietiging door onenigheid te creëren met de Profeet (s).
Omar en zijn eerdere lawaai.
Wat zelfs merkwaardig is, is dat Omar al een keer eerder in het bijzijn van de Profeet (s) voor herrie en lawaai zorgde. Laten we eerst een vers uit de Koran lezen:
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تَرْفَعُوا أَصْوَاتَكُمْ فَوْقَ صَوْتِ النَّبِيِّ وَلَا تَجْهَرُوا لَهُ بِالْقَوْلِ كَجَهْرِ بَعْضِكُمْ لِبَعْضٍ أَن تَحْبَطَ أَعْمَالُكُمْ وَأَنتُمْ لَا تَشْعُرُونَ
O jullie die geloven, verhef niet jullie stemmen boven de stem van de Profeet en praat niet luidop tegen hem zoals jullie luid tegen elkaar (praten), waardoor jullie daden uitgewist worden, terwijl jullie het niet doorhebben. [49.2] 
Wat was de reden dat dit vers werd geopenbaard?
Al-Bukhari:
Van Ibn Abi Mulayka, die zei: De twee goede personen, Abu Bakr en Omar, stonden op het punt om geruïneerd te worden. Zij verhieven hun stemmen in het bijzijn van de Profeet (s), toen er een opdracht van Bani Tamim kwam. Eén van hen raadde Al-Aqra` bin Habis aan, en de ander raadde een andere persoon aan. Abu Bakr zei tegen Omar: “Jij wilde niets anders, behalve mij tegenstaan!” Hij zei: “Ik wilde jou niet tegenstaan!” Dus hun stemmen verhieven zich, en Allah openbaarde: “O jullie die geloven, verhef niet jullie stemmen, etc.” Ibn al-Zubayr zei: “En na de openbaring van dit vers, sprak Omar zo rustig, dat de Profeet (s) hem moest vragen om duidelijker te spreken.” Ibn al-Zubayr vermeldde niks over zijn grootvader Abu Bakr.
Bron: Sahih al-Bukhari, Blz. 1222 – 1223, # 4845
Omar is dus al een keer eerder gewaarschuwd omtrent zijn lawaaierige gedrag. Maar kennelijk heeft hij hier niet van geleerd. Zelfs in de laatste levensmomenten van de Profeet (s) verhief Omar zijn stem boven die van de Profeet (s).
De soennieten weten deze berisping van Abu Bakr en Omar overigens om te zetten tot een deugd. Ze zeggen dat Allah, Abu Bakr en Omar na hun fout vervolgens heeft aangesproken als ‘gelovigen’, aangezien Allah het bovengenoemde vers begint met: “O jullie die geloven”. Dit zou bewijzen dat Abu Bakr en Omar gelovigen zijn, waarmee het sjiitische standpunt over Abu Bakr en Omar ongeldig wordt.
Deze conclusie van de soennieten is onjuist. Het is bekend uit enkele andere verzen dat Allah ons als gelovigen aanspreekt in een algemene vorm, maar niet in een bevestigende vorm. Laten we enkele verzen als voorbeeld halen.
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ وَذَرُوا مَا بَقِيَ مِنَ الرِّبَا إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ
O jullie die geloven, vrees Allah en laat hetgeen jullie nog hebben aan rente, indien jullie gelovigen zijn. [2:278]
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تَتَّخِذُوا الَّذِينَ اتَّخَذُوا دِينَكُمْ هُزُوًا وَلَعِبًا مِّنَ الَّذِينَ أُوتُوا الْكِتَابَ مِن قَبْلِكُمْ وَالْكُفَّارَ أَوْلِيَاءَ ۚ وَاتَّقُوا اللَّهَ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ 
O jullie die geloven, neem degenen die jullie religie tot spot en spel hebben genomen van degenen die vóór jullie het Boek zijn gegeven, en de ongelovigen, niet als vrienden. En vrees Allah, indien jullie gelovigen zijn. [5:57]
Dus Allah spreekt ons aan als gelovigen, maar zegt vervolgens: “Indien jullie gelovigen zijn”. Is dit niet tegenstrijdig? Hoe kan Hij dit tegen ons zeggen als Hij ons aan het begin als gelovigen aanspreekt? Dit is dus wat we bedoelen met de algemene vorm. Allah noemt je een gelovige, omdat jij jezelf zo noemt. Dit is de eerste stap. De tweede stap is dat jij het moet bewijzen. Dat is waarom Allah zegt: “Indien jullie gelovigen zijn”. Als we dan gaan kijken naar hoe Omar in opstand kwam, terwijl Allah hem al eerder had gewaarschuwd, kunnen we concluderen dat Omar niet heeft voldaan aan de voorwaarden van geloof. Hetzelfde geldt voor Abu Bakr, maar dat zal in de volgende artikelen aan bod komen.
Is de Koran voldoende?
Omar beweert dat de Koran voldoende is. De soennitische geleerden ondersteunen dit standpunt van Omar aan de hand van de volgende twee verzen:
وَنَزَّلْنَا عَلَيْكَ الْكِتَابَ تِبْيَانًا لِّكُلِّ شَيْءٍ
De Koran is een verheldering van alle zaken. [16:89]
مَّا فَرَّطْنَا فِي الْكِتَابِ مِن شَيْءٍ
Wij hebben niks genegeerd in dit Boek. [6:38]
Dat alles in de Koran staat, klopt zeker. Maar wijzelf kunnen deze complete kennis niet zelf uit de Koran halen. Wij hebben de Profeet (s) nodig om ons de Koran te onderwijzen. Dat is waarom hij gestuurd is en dat is ook wat in de Koran is aangegeven.
وَمَا أَنزَلْنَا عَلَيْكَ الْكِتَابَ إِلاَّ لِتُبَيِّنَ لَهُمُ الَّذِي اخْتَلَفُواْ فِيهِ وَهُدًى وَرَحْمَةً لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُون
We hebben enkel het Boek aan jou geopenbaard zodat jij hen kunt uitleggen over hetgeen waar zij over verschillen. Er zit leiding en genade in voor het volk dat gelooft. [16:64]
كَمَا أَرْسَلْنَا فِيكُمْ رَسُولًا مِّنكُمْ يَتْلُو عَلَيْكُمْ آيَاتِنَا وَيُزَكِّيكُمْ وَيُعَلِّمُكُمُ الْكِتَابَ وَالْحِكْمَةَ وَيُعَلِّمُكُم مَّا لَمْ تَكُونُوا تَعْلَمُونَ
Zoals Wij uit jullie midden een boodschapper hebben gezonden, die Onze tekenen aan jullie uitlegt, jullie zuivert, jullie het Boek en de Wijsheid onderwijst, en jullie hetgeen leert wat jullie niet wisten. [2:151]
هُوَ الَّذِي أَنزَلَ عَلَيْكَ الْكِتَابَ مِنْهُ آيَاتٌ مُّحْكَمَاتٌ هُنَّ أُمُّ الْكِتَابِ وَأُخَرُ مُتَشَابِهَاتٌ ۖ فَأَمَّا الَّذِينَ فِي قُلُوبِهِمْ زَيْغٌ فَيَتَّبِعُونَ مَا تَشَابَهَ مِنْهُ ابْتِغَاءَ الْفِتْنَةِ وَابْتِغَاءَ تَأْوِيلِهِ ۗ وَمَا يَعْلَمُ تَأْوِيلَهُ إِلَّا اللَّهُ ۗ وَالرَّاسِخُونَ فِي الْعِلْمِ يَقُولُونَ آمَنَّا بِهِ كُلٌّ مِّنْ عِندِ رَبِّنَا ۗ وَمَا يَذَّكَّرُ إِلَّا أُولُو الْأَلْبَابِ
Hij is die het Boek aan jou heeft geopenbaard. Daarin zitten verzen die specifiek zijn, en die vormen de basis van het Boek. En anderen zijn niet specifiek. Dus degenen in wiens harten dwaling zit, volgen hetgeen wat niet specifiek is, om fitna te veroorzaken en een uitleg te zoeken. Maar niemand kent de uitleg behalve Allah. En de gevestigden in kennis zeggen: “Wij geloven erin. Alles is van onze Heer.” En niemand gedenkt, behalve degenen die begrijpen. [3:7]
إِنَّ عَلَيْنَا جَمْعَهُ وَقُرْآنَهُ فَإِذَا قَرَأْنَاهُ فَاتَّبِعْ قُرْآنَهُ ثُمَّ إِنَّ عَلَيْنَا بَيَانَهُ
Het is aan Ons om de Koran te verzamelen en te reciteren. En wanneer Wij het reciteren, volg dan de recitatie. Vervolgens is het aan Ons om het uit te leggen. [75:16-19] 
Dus dat de Koran alle kennis bevat, klopt zeker. Maar het is enkel de Profeet (s) die toegang heeft tot deze complete kennis.
Daarnaast zul je in enkele artikelen verderop lezen over de verschrikkelijke onwetendheid van Omar. Je zult lezen dat Omar enorm onwetend was over de Koran en de wetgeving, tot het punt dat hij zelfs een maand lang het gebed niet verrichtte, omdat hij niet wist dat je jezelf met aarde mag reinigen als je geen water kan vinden. Hoe kan zo’n persoon dan nog serieus genomen worden als hij een uitspraak doet over de Koran?
De verantwoording van de soennitische geleerden.
Twee van de bekendste soennitische uitleggers van overleveringen, zijn Ibn Hajar al-`Asqalani en Al-Nawawi. Eens kijken of hun pleidooi voor Omar enige logica of redelijkheid bevat.
Ibn Hajar al-`Asqalani:
 وقال النووي : اتفق قول العلماء على أن قول عمر ” حسبنا كتاب الله ” من قوة فقهه ودقيق نظره ، لأنه خشي أن يكتب أمورا ربما عجزوا عنها فاستحقوا العقوبة لكونها منصوصة ، وأراد أن لا ينسد باب الاجتهاد على العلماء . وفي تركه – صلى الله عليه وسلم – الإنكار على عمر إشارة إلى تصويبه رأيه 
Al-Nawawi zei: De geleerden zijn het eens dat de uitspraak van Omar: “het Boek van Allah is genoeg voor ons”, wegens zijn sterke expertise en precieze inzicht was. Hij was namelijk bang dat ze iets bevolen zouden worden, waar zij wellicht in zouden falen om te volgen en dus terecht zouden staan voor bestraffing, aangezien het namelijk een opgelegd bevel was.
Opmerkelijk! Dit document zou juist beschermen tegen dwaling, zoals de Profeet (s) zelf zei. Het is juist wegens de verwerping van Omar, waardoor de soennieten zich nu hebben blootgesteld aan bestraffing.
En hoe bedoelt Al-Nawawi dat de verwerping van Omar tot zijn sterke expertise en inzicht hoort? Had de Profeet (s) dan het inzicht niet dat het document alleen maar een last zou worden voor zijn volgelingen? Moeten we geloven dat Omar de Profeet (s) terecht heeft gecorrigeerd?
Ibn Hajar al-`Asqalani:
وفي تركه – صلى الله عليه وسلم – الإنكار على عمر إشارة إلى تصويبه رأيه 
En dat de Profeet (s) geen kritiek gaf op Omar, toont aan dat hij (s) Omar’s mening goedkeurde.
Dit is zeer vreemd. De Profeet (s) stuurde Omar uit zijn huis. Is dat geen vorm van kritiek? Sterker nog, dat is zelfs erger dan kritiek geven. Sinds wanneer stuur je iemand uit huis wanneer je het eens bent met zijn mening?
Ibn Hajar al-`Asqalani:
ويحتمل أن يكون قصد التخفيف عن رسول الله – صلى الله عليه وسلم – لما رأى ما هو فيه من شدة الكرب
En het is mogelijk dat hij (Omar) de last van de Profeet (s) wilde verlichten toen hij zag wat voor een intense pijn hij (s) had.

Dan had Omar het toch zelf kunnen opschrijven? Dan hoefde de Profeet (s) enkel te dicteren. Sterker nog, dit gedrag van Omar heeft de Profeet (s) alleen maar van streek gemaakt. De Profeet (s) moest zichzelf uiteindelijk verdedigen door te zeggen dat hij helemaal niet aan het ijlen is. Dit is wat Omar veroorzaakt heeft. Er was rust totdat Omar zijn mond opendeed.

Maar buiten dit is er zelfs iets ernstigers van Omar. Na de dood van de Profeet (s) heeft Omar alle geschreven overleveringen van de Profeet (s) verbrand en had hij de metgezellen verboden om de overleveringen van de Profeet (s) na te vertellen. Dat is te lezen in dit artikel.

Dus de censuur van Omar ging zelfs na de dood van de Profeet (s) gewoon door. Waarom heeft Omar dit gedaan? Deed hij dit ook uit bezorgdheid voor de Profeet (s), zoals de soennieten beweren? Of deed hij dit gewoon uit bezorgdheid voor zijn eigen sluwe agenda, net zoals hij het testament van de Profeet (s) al tegenwerkte? Het gedrag van Omar is buitengewoon verbazend.

Ibn Hajar al-`Asqalani:
وقامت عنده قرينة بأن الذي أراد كتابته ليس مما لا يستغنون عنه ، إذ لو كان من هذا القبيل لم يتركه – صلى الله عليه وسلم – لأجل اختلافهم
En Omar kreeg een indicatie dat het document niet behoort tot hetgeen waar zij belang bij hebben. Want als het wel van belang was, dan had de Profeet (s) het niet gelaten wegens hun meningsverschil.
Wederom merkwaardig. In de overlevering staat duidelijk aangegeven dat de Profeet (s) uiteindelijk drie dingen had geformuleerd. Wat dan weer zeer opvalt, is dat er maar twee zaken vermeld worden, en de derde plotseling vergeten is of zelfs verzwegen werd..
Hoe dan ook. In dit artikel kun je lezen dat de Profeet (s) daadwerkelijk een testament heeft opgesteld. En in dit artikel kun je lezen dat het zelfs een profetische verplichting is om een testament op te stellen. Hiermee vervallen alle soennitische argumenten in steun voor Omar.

De hypocriete kant van Omar. 

Het verbazingwekkende gedrag van Omar is nog niet compleet. Toen Abu Bakr namelijk de leiding greep na de dood van de Profeet (s), kwam Abu Bakr twee jaar later ook op zijn sterfbed te liggen. Abu Bakr dicteerde vervolgens zijn testament en beval Othman om dit op te schrijven. In dit document stond dat Omar de opvolger zal zijn van Abu Bakr. Dit document werd toen wel geaccepteerd door Omar!

Al-Muttaqi al-Hindi:

Van Aslam, die zei: Othman schreef een document over wie de opvolger zal zijn. Abu Bakr beval hem om nog geen naam op te schrijven van iemand. Vervolgens viel Abu Bakr flauw. Othman pakte het document en schreef daar de naam van Omar op. Abu Bakr kwam weer bij bewustzijn en zei: “Laat mij het document zien.” Abu Bakr zag de naam van Omar daarop, dus zei hij: “Wie heeft dit geschreven?” Othman zei: “Ik.” Abu Bakr zei: “Moge Allah je begenadigen en belonen. Als jij jouw eigen naam daarop had geschreven, dan was jij daar ook geschikt voor.” 

Ibn Kathir zei: “De overleveringsketen is sahih (authentiek).” 

Bron: Kanz al-`Ummal, Vol. 5, Blz. 281, # 14182


Ibn Abi Shayba:

Van Aisha, die zei: Othman stelde het testament van Abu Bakr op. Abu Bakr viel vervolgens flauw, dus Othman haastte en schreef de naam van Omar bin al-Khattab op. Toen Abu Bakr bijkwam, zei hij tegen hem: “Wie heb je opgeschreven?” Othman zei: “Omar bin al-Khattab.” Abu Bakr zei: “Je hebt degene opgeschreven die ik wilde. Maar als jij jouzelf had opgeschreven, dan was jij daar geschikt voor.”

Bron: Al-Musannaf, Vol. 11, Blz. 128, # 32576

 

Al-Tabari:

Van Mohammad bin Ibrahim bin al-Harith, die zei: Abu Bakr riep Othman alleen bij zich en zei: “Schrijf: In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. Dit is wat Abu Bakr bin Abi Quhafa toevertrouwt aan de moslims.” Vervolgens viel hij flauw, dus Othman schreef: “Ik heb Omar bin al-Khattab als mijn opvolger over jullie verkozen. En ik heb niemand van jullie meer begunstigd zoals hem.” Vervolgens werd Abu Bakr wakker en zei: “Lees het voor aan mij.” Othman las het voor aan hem en Abu Bakr zei vervolgens ‘Allahu Akbar’. Abu Bakr zei: “Ik zie dat jij bang was dat de mensen het oneens zouden worden indien ik stierf terwijl ik bewusteloos was.” Othman zei: “Klopt.” Abu Bakr zei: “Moge Allah je belonen namens de Islam en de moslims.”

Mohammad bin Tahir al-Barazanji: “De overleveringsketen is zwak, maar de inhoud is sahih (authentiek).”

Bron: Sahih Tarikh al-Tabari, Vol. 3, Blz. 123 – 124

Toen dit document opgesteld was, overhandigde Abu Bakr het vervolgens aan Omar. Omar zei niet: “De Koran is voldoende en wellicht heeft Abu Bakr lopen ijlen”. Nee, dit is juist wat Omar deed:

Ibn Shabba: 

Van Qays bin Abi Hazim, die zei: Omar kwam naar buiten samen met Shadid; de dienaar van Abu Bakr. Omar zei: “O mensen! Luister naar wat de opvolger van de Profeet (s) heeft gezegd! Hij zei: ‘Ik heb Omar voor jullie gekozen, dus wees hem gehoorzaam!'”

Abd al-`Aziz bin Ahmad Al-Mashieqa: “Ibn Jarir heeft het overgeleverd in zijn Tarikh, en de overleveringsketen is sahih (authentiek).”

Van Qays, die zei: Ik zag Omar met een palmblad in zijn hand. Hij zat met mensen en zei: “Luister naar wat de opvolger van de Profeet (s) heeft gezegd!” Vervolgens kwam de dienaar van Abu Bakr, genaamd Shadid, met een document en hij las het voor aan de mensen. Shadid zei: Abu Bakr zei: “Luister en gehoorzaam degene die in dit document is vermeld, want wallah, ik heb slechts de beste gekozen voor jullie.”

Bron: Akhbar al-Madina, Vol. 2, Blz. 232 – 233 – 235

Toen de Profeet (s) om een document vroeg om zijn testament op te stellen, heeft Omar samen met zijn aanhang hier een stokje voor gestoken. Omar riep dat de Profeet (s) ijlde en dat de Koran genoeg is. Maar toen Abu Bakr, Othman riep om een document op te stellen, werd er niet geroepen dat Abu Bakr ijlde of dat de Koran voldoende is. Nadat Omar het document van Abu Bakr in handen had, ging hij direct naar buiten om het document voor te lezen aan de moslims. Wat zou de reden kunnen zijn dat Omar het document van de Profeet (s) weigerde, maar niet dat van Abu Bakr? Het is vrij logisch; het testament van de Profeet (s) bevatte niet de naam van Omar.

Slotwoord.

In het volgende artikel zullen enkele voorspellingen van de Profeet (s) besproken worden. Tijdens zijn leven heeft hij (s) namelijk al herhaaldelijk gezegd dat zijn volk na hem zal gaan dwalen en zelfs Imam Ali (as) zullen gaan verraden. Dit artikel zal een belangrijke introductie zijn voor de staatsgreep van Abu Bakr en Omar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *