De afscheidspreek van de Profeet (s)

lost_by_last_savior
Een korte biografie van de heilige familie
1 maart 2016
Cover-Sahih-Bukhari
De staatsgreep van Abu Bakr & Omar
1 maart 2016
Show all

De afscheidspreek van de Profeet (s)

uyun-2Bcover
De afscheidspreek van de Profeet (s) was de laatste preek die de Profeet (s) aan de moslims gaf. Kort daarna stierf hij (s). In deze preek vertelde hij (s) de moslims dat zij na zijn dood de Ahlalbait (as) moeten volgen. De Profeet (s) wees Imam Ali (as) vervolgens aan als zijn eerste opvolger. Deze preek gaf de Profeet (s) in zijn laatste levensjaar op de terugweg van zijn laatste bedevaart.

De Profeet (s) verrichtte in zijn laatste levensjaar nog een laatste bedevaart. Hij (s) had vele moslims gevraagd om mee te gaan. Ook had hij (s) boodschappers gestuurd naar andere streken en landen om de moslims te verzoeken om de bedevaart te komen verrichten. De Profeet (s) legde een enorme nadruk op deze laatste bedevaart, omdat hij (s) korte tijd later dit leven zou verlaten.

Ibn Shakir:

Het afscheidsbedevaart

En de Profeet (s) leidde de mensen in de bedevaart. Hij (s) liet hen de rituelen zien en leerde hen de tradities van de bedevaart. Van de metgezellen* waren er 100.000 of meer meegegaan op de bedevaart. En er waren zelfs personen meegegaan die hij (s) niet eerder had gezien en daarna ook niet meer.

*Metgezellen zijn de moslims die in de tijd van de Profeet (s) leefden en hem ook gezien en gesproken hebben.

Bron: `Uyoun al-Tawarikh, Blz. 394

Nadat de bedevaart verricht werd, maakten alle moslims zich weer gereed om naar huis te gaan. Toen de moslims samen met de Profeet (s) Mekka verlieten, kwamen zij aan bij een plaats, genaamd Ghadier Khum. De Profeet (s) beval hen om te stoppen en op deze plaats gaf de Profeet (s) vervolgens zijn laatste preek. In dit artikel zullen we de inhoud van deze afscheidspreek bespreken.

De preek van de Profeet (s) in Ghadier Khum.

Muslim bin al-Hajjaj:

Van Yazid bin Hayyan, die zei: Ik ging samen met Husain bin Sabra en Omar bin Muslim naar Zayd bin Arqam. Toen wij met hem zaten, zei Husain tegen hem: “Jij hebt veel goeds ontvangen, O Zayd! Jij hebt de Profeet (s) gezien, zijn overleveringen gehoord, je hebt naast hem gestreden en je hebt achter hem gebeden. Jij hebt veel goeds ontvangen, O Zayd! Vertel ons, O Zayd, wat je van de Profeet (s) hebt gehoord.” Zayd zei: “O neef, ik ben oud geworden en ik ben bijna door mijn jaren heen en ik ben enkele dingen vergeten die ik van de Profeet (s) had begrepen. Dus accepteer wat ik vertel en dwing mij niet om te vertellen wat ik niet wil vertellen.” Zayd vervolgde: “Op een dag stond de Profeet (s) op om een preek te geven aan ons, bij een waterplaats genaamd Khum, dat tussen Mekka en Medina ligt. Hij (s) dankte Allah, eerde Hem en prees Hem. Daarna zei de Profeet (s): “O mensen, ik ben een mens en ik sta op het punt om bezocht te worden door de engel des doods van Allah, maar ik laat twee belangrijke dingen met jullie achter. Eén van de twee is het Boek van Allah, waarin de leiding en het licht zit, dus houd jullie vast aan het Boek van Allah. En de tweede is mijn Ahlalbait. Ik herinner jullie aan mijn Ahlalbait! Ik herinner jullie aan mijn Ahlalbait! Ik herinner jullie aan mijn Ahlalbait!”

Bron: Sahih Muslim, Blz. 980 – 981, # 2408

Laten we nu kijken naar andere bronnen om een completer beeld te krijgen van de afscheidspreek van de Profeet (s).
Al-Nasa’i:

Van Abi Tufayl, van Zayd bin Arqam, die zei: Toen de Profeet (s) terugkeerde van zijn afscheidsbedevaart en aankwam bij Ghadier Khum, gaf hij het bevel om een podium te maken, dus deden we dat. Vervolgens zei hij (s): “Ik ben geroepen en ik heb geantwoord. Waarlijk, ik heb de twee belangrijke dingen met jullie achtergelaten, waarvan de één belangrijker is dan het ander; het Boek van Allah en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Dus kijk maar hoe jullie hen zullen behandelen na mij, want zij zullen niet van elkaar scheiden totdat ze bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).” Vervolgens zei de Profeet (s): “Allah is mijn meester en ik ben de leider van iedere gelovige.” Toen pakte hij (s) de hand van Ali en zei: “Voor wie ik zijn leider ben, is ook Ali zijn leider! O Allah, bevriend wie hem bevriendt en wees vijandig tegen degene die hem vijandig is.” Ik vroeg aan Zayd: “Heb je dit gehoord van de Profeet (s)?” Zayd antwoordde: “Er is geen persoon die daar aanwezig was, behalve dat hij het met zijn ogen gezien heeft en met zijn oren gehoord heeft.”

Ahmad Mirien al-Baloushi: “Sahih (authentiek).”

Bron: Khasa’is Amir ul-Mu’minien, Blz. 96, # 79

Ibn Kathir:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Al-Nasa’i overleverde alleen deze versie. Al-Dhahabi heeft gezegd: “Deze overlevering is sahih (authentiek).”

Abd al-Mohsin al-Turki: Deze overlevering is ook overgeleverd door Al-Hakim in zijnMustadrak, via de keten met Habib bin Abi Thabit. Al-Hakim zei: “Deze overlevering is sahih (authentiek)”, en Al-Dhahabi ging daarmee akkoord.

Bron: Al-Bidaya wa al-Nihaya, Vol. 7, Blz. 668

Al-Tahawi:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Abu Ja`far zei: “De overleveringsketen is sahih (authentiek).”

Shu`aib al-Arna’out: “De overleveraars zijn betrouwbaar, het zijn de overleveraars van Bukhari en Muslim.”

Bron: Sharh Mushkil al-Athaar, Vol. 5, Blz. 18, # 1765

Ibn Hajar al-`Asqalani:

Van Ali, die zei: De Profeet (s) stopte bij een boom in Khum. Daarna kwam hij (s) en pakte mijn hand en zei (tegen de mensen): “Getuigen jullie niet dat Allah jullie Heer is?” De mensen zeiden: “Jawel!” Daarna zei hij (s): “Getuigen jullie niet dat Allah en Zijn boodschapper meer autoriteit hebben over jullie, dan jullie over julliezelf hebben en dat Allah en Zijn boodschapper jullie meesters zijn?” Zij zeiden: “Jawel!” Daarna zei hij (s): “Voor wie Allah en Zijn boodschapper de meesters zijn, dan is deze Ali ook zijn meester. En ik heb met jullie iets achtergelaten dat indien jullie eraan vasthouden, jullie niet zullen dwalen; het Boek van Allah en mijn Ahlalbait.”

Deze overleveringsketen is sahih (authentiek).
 

Bron: Al-Mataalib, Vol. 14, Blz. 132, # 3943

Al-Busiri:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Is’haq overleverde het met een sahih (authentieke) overleveringsketen.

Bron: It’haf ul-Khirat al-Mahra, Vol. 9, Blz. 279, # 7984

Muttaqi al-Hindi:

[Zelfde overlevering als hierboven].

Het is overgeleverd door Ibn Rahawayh, Ibn Jarir, Ibn Abi `Asim en Al-Mahamily in zijn Amali, en hij verklaarde het sahih (authentiek). 

Bron: Kanz ul-`Ummal, Vol. 13, Blz. 140, # 32441

Al-Tirmidhi:

Van Jabir bin Abdullah, die zei: Ik zag de Profeet (s) tijdens zijn bedevaart op de dag van `Arafa. Hij (s) zat op zijn kameel en gaf een preek. Ik hoorde hem (s) zeggen: “O mensen, ik heb iets met jullie achtergelaten dat als jullie eraan vasthouden, jullie nooit zullen dwalen; het boek van Allah en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait.”
Al-Albaani: “Sahih (authentiek).”

Al-Tirmidhi: “Hasan (goed).”

Van Zayd bin Arqam, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik laat iets achter met jullie dat als jullie eraan vasthouden, jullie nooit zullen dwalen na mij. Eén daarvan is groter dan het ander; het boek van Allah – dat een touw is vanaf de hemelen tot de aarde – en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs). Dus kijk maar hoe jullie hen zullen behandelen na mij.”

Al-Albaani: “Sahih (authentiek).”

Al-Tirmidhi: “Hasan (goed).”

Bron: Sunan al-Tirmidhi, Blz. 855, # 3786 & 3788 

Al-Tirmidhi:

Van Zayd bin Arqam, dat de Profeet (s) zei: “Voor wie ik zijn meester ben, is Ali zijn meester.”

Deze overlevering is hasan sahih (goed en authentiek).

Bron: Al-Jami` us-Sahih, Vol. 5, Blz. 633, # 3713

Ibn Maja:

Van Al-Bara’ bin `Azib, die zei: We keerden terug met de Profeet (s) van zijn bedevaart die hij verrichtte. We kwamen aan bij een plaats waar de wegen scheidden. Hij (s) gaf het bevel om gezamenlijk te bidden. Daarna pakte hij Ali bij de hand en zei: “Heb ik niet meer autoriteit over de gelovigen, dan zij over henzelf?” Wij zeiden: “Jawel.” Hij (s) zei: “Heb ik niet meer autoriteit over de gelovige, dan hij over zichzelf?” Zij zeiden: “Jawel.” Hij (s) zei: “Dan is deze Ali de leider van degene voor wie ik zijn leider ben! O Allah, bevriend wie hem bevriendt en wees vijandig tegen degene die hem vijandig is.”

Al-Albaani: “Sahih (authentiek).”
Bron: Sahih Sunan Ibn Maja, Vol. 1, Blz. 56, # 94

Ahmad bin Hanbal:

Van Abi Sa`id al-Khudri, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik heb iets met jullie achtergelaten dat indien jullie eraan vasthouden, jullie niet zullen dwalen na mij. Eén van hen is groter dan het ander; het boek van Allah – dat een uitgestrekt touw is vanuit de hemelen tot de aarde – en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).”

Ahmad Mohammad Shakir: “De overleveringsketen is hasan (goed).”

Bron: Musnad, Vol. 10, Blz. 184, # 11499

Al-Hakim & Al-Dhahabi:

Van Abi Thabit, de dienaar van Abu Dhar, die zei: Umm Salama zei: Ik hoorde de Profeet (s) zeggen: “Ali is met de Koran en de Koran is met Ali. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).”


Al-Hakim: “De overleveringsketen is sahih (authentiek).”

Al-Dhahabi: “Sahih (authentiek).”

Bron: Al-Mustadrak, Vol. 3, Blz. 134, # 4628
De twee leiders.
In de overleveringen hierboven noemde de Profeet (s) de Koran en zijn Ahlalbait gezamenlijk de twee belangrijke dingen. In andere overleveringen noemt de Profeet (s) ze de twee leiders. Dit draagt een nog krachtigere betekenis, aangezien dit een expliciete toekenning van leiderschap en autoriteit is.

Ahmad bin Hanbal:

Van Zayd bin Thabit, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik laat met jullie twee leiders achter; het boek van Allah en mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij beiden bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).”

Shu`aib al-Arna’out: “De overlevering is sahih (authentiek).”

Bron: Musnad, Vol. 35, Blz. 512, # 21654 

Ahmad bin Hanbal:

Van Zayd bin Thabit, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik laat met jullie twee leiders achter; het boek van Allah – dat een uitgestrekt touw is tussen de hemelen en de aarde – en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).”

Ahmad Mohammad Shakir: “De overleveringsketen is hasan (goed).”
Bron: Musnad, Vol. 16, Blz. 28, # 21470

Al-Suyuti:

Van Zayd bin Thabit, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik laat met jullie twee leiders achter; het boek van Allah – dat een uitgestrekt touw is tussen de hemelen en de aarde – en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).” Overgeleverd door Ahmad in zijn Musnad, en Al-Tabarani in zijn Kabir.

Al-Albaani: “Sahih (authentiek).”

Van Zayd bin Arqam, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik laat met jullie iets achter dat indien jullie eraan vasthouden, jullie niet zullen dwalen na mij. Eén van hen is groter dan het ander; het boek van Allah – dat een uitgestrekt touw is vanuit de hemelen tot de aarde – en mijn nakomelingen, mijn Ahlalbait. Zij zullen niet van elkaar scheiden totdat zij bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs). Dus kijk maar hoe jullie hen na mij zullen behandelen.”

Al-Albaani: “Sahih (authentiek).”

Bron: Sahih al-Jami` al-Saghir, Vol. 1, Blz. 482, # 2457 – 2458

 

Ibn Abi `Asim:

Van Zayd bin Thabit, die zei: De Profeet (s) zei: “Ik heb met jullie de twee leiders na mij achterlaten; het Boek van Allah en mijn nakomelingen. Zij zullen niet van elkaar scheiden, totdat ze bij mij terugkeren bij de vijver (in het paradijs).”

Basim bin Faysal al-Jawabara: “De overleveringsketen is hasan (goed).” 

Bron: Al-Sunna, Vol. 2, Blz. 1021, # 1593

Een kleine opheldering.

In sommige overleveringen hierboven kon je lezen dat de Profeet (s) deze preek gaf in Ghadier Khum, en elders is er vermeld dat hij (s) de preek gaf in `Arafa. Is dit tegenstrijdig? Laten we kijken wat een soennitische geleerde hierover te zeggen heeft.

Ibn Hajar al-Haytami:

En in een authentieke overlevering staat er: “Ik laat twee zaken met jullie achter. Jullie zullen niet dwalen als jullie hen volgen: dat zijn het Boek van Allah en mijn Ahlalbait, mijn nakomelingen.” Al-Tabarani voegde eraan toe: “Ga hen niet voor, anders zullen jullie vergaan. Kleineer hen niet, anders zullen jullie vergaan. Onderwijs hen niet, want zij zijn kennisrijker dan jullie.”

Weet dat de overlevering van “het vasthouden aan de Koran en de Ahlalbait” vele overleveringsketens heeft. Het is overgeleverd door meer dan 20 metgezellen. … En in sommigen van deze overleveringen is er vermeld dat hij (s) het tijdens de afscheidsbedevaart in `Arafa heeft gezegd, en elders is er vermeld dat hij (s) het in Medina zei, tijdens zijn fatale ziekte. … en elders is er vermeld dat hij (s) het zei in Ghadier Khum, en elders is er vermeld dat hij (s) het tijdens een preek zei, na zijn vertrek van Ta’if, zoals hiervoor is vermeld. En dit is niet tegenstrijdig, aangezien het mogelijk is dat hij (s) de preek herhaalde in deze plaatsen en andere plaatsen, om het belang van de edele Koran en de reine nakomelingen te benadrukken.”

Bron: Al-Sawa`iq ul-Muhriqa, Blz. 209

Een conclusie tot nu toe.

Duizenden metgezellen waren getuigen van deze uitspraak. Deze overleveringen hierboven zijn helder en hebben geen verdere uitleg nodig. Het enige wat belangrijk is om te benadrukken, is dat Ali de meester is van degenen voor wie de Profeet en Allah hun meesters zijn. Met andere woorden: Als Allah en de Profeet (s) jouw meesters zijn, dan moet je ook Ali als jouw meester erkennen. Dit is een enorme status voor Ali, dat hij net zoals Allah en de Profeet (s) de meester van de gelovigen is.

Verder las je ook dat de Ahlalbait (as) samen met de Koran de bron van leiding vormen. Ze zijn onafscheidelijk van elkaar, dus indien jij je aan deze twee vasthoudt, zul jij nooit dwalen.

We zullen nu verder gaan met enkele andere historische feiten over Ghadier Khum.
Imam Ali (as) wordt gefeliciteerd.
Toen de Profeet (s) het leiderschap van Imam Ali (as) verkondigd had, moesten de metgezellen daarna hun eed afleggen aan Imam Ali (as). Abu Bakr en Omar deden dit ook. We zullen eerst sjiitische overleveringen hierover vermelden.

Baqir al-Majlisi (ra):

عن صفوان الجمال قال : قال أبوعبدالله لما نزلت هذه الآية في الولاية أمر رسول الله بالدوحات في غدير خم فقممن ثم نودي : الصلاة جامعة ، ثم قال : أيها الناس من كنت مولاه فعلي مولاه ، ألست أولى بكم من أنفسكم؟ قالوا : بلى ، قال : من كنت مولاه فعلي مولاه ، رب وال من والاه ، وعاد من عاداه ، ثم أمر الناس يبايعون عليا ، فبايعه الناس لا يجئ أحد إلا بايعه ولا يتكلم منهم أحد ، ثم جاء زفر وحبتر فقال : له : يا زفر بايع عليا بالولاية ، فقال : من الله ومن رسوله ؟ قال : من الله ومن رسوله ، ثم جاء حبتر فقال : بايع عليا بالولاية ، فقال : من الله ومن رسوله ؟ ثم ثنى عطفه ملتفتا فقال لزفر : لشد ما يرفع بضبع ابن عمه
Van Safwan al-Jimal, die zei: Imam al-Sadiq (as) zei: Toen het vers over het leiderschap (van Ali) werd geopenbaard, beval de Profeet (s) om een podium te maken in Ghadier Khum, wat zij vervolgens deden. Vervolgens werd er geroepen tot het gebed. Na afloop zei hij (s): “O mensen, voor wie ik zijn meester ben, dan is Ali zijn meester. Heb ik niet meer autoriteit over jullie dan julliezelf?” Zij zeiden: “Jawel.” Hij (s) zei: “Voor wie ik zijn meester ben, dan is Ali zijn meester. O Heer, bevriend wie hem bevriendt, en wees vijandig tegen degene die hem vijandig is.” Vervolgens beval hij (s) de mensen om hun eed af te leggen aan Ali. De mensen legden vervolgens hun eed af aan hem. De mensen kwamen allemaal hun eed afleggen zonder iets te zeggen. Maar vervolgens kwamen Abu Bakr en Omar, waarna de Profeet (s) zei tegen Abu Bakr: “O Abu Bakr, leg jouw eed af aan Ali.” Abu Bakr zei: “Is dit het bevel van Allah en Zijn boodschapper?” Hij (s) zei: “Dit is van Allah en Zijn boodschapper.” Vervolgens kwam Omar, dus zei de Profeet (s): “Leg jouw eed af aan Ali.” Omar zei: “Is dit het bevel van Allah en Zijn boodschapper?” Hij (s) zei: “Dit is van Allah en Zijn boodschapper.” Vervolgens werd hij langzaamaan minder vrolijk en zei tegen Abu Bakr: “Het is intens hoe hij zijn neefje promoot.”
عن محمد بن علي ، عن جعفر بن محمد قال : لما أقام رسول الله (ص) أمير المؤمنين عليا يوم غدير خم كان بحذائه سبعة نفر من المنافقين ، منهم أبوبكر وعمر وعبدالرحمان بن عوف وسعد بن أبي وقاص وأبوعبيدة وسالم مولى أبي حذيفة والمغيرة بن شعبة ، قال عمر : أما ترون عينيه كأنهما عينا مجنون؟ ـ يعني النبي ـ الساعة يقوم ويقول : قال لي ربي ، فلما قام قال : أيها الناس من أولى بكم من أنفسكم؟ قالوا : الله ورسوله ، قال : اللهم فاشهد ، ثم قال : ألا من كنت مولاه فعلي مولاه ، وسلموا عليه بإمرة المؤمنين ، فأنزل جبرئيل وأعلم رسول الله بمقالة القوم ، فدعاهم فسألهم فأنكروا وحلفوا ، فأنزل الله : « يحلفون بالله ما قالوا
Van Mohammad bin Ali, van Imam al-Sadiq (as), die zei: Toen de Profeet (s), Ali liet opstaan in Ghadier Khum, waren er 7 hypocrieten vlak bij hem. Dat waren Abu Bakr, Omar, Abd al-Rahman bin `Awf, Sa`d bin Abi Waqqas, Abu Obayda, Salim; de dienaar van Abi Hudhaifa, en Al-Mughiera. Omar zei: “Zien jullie zijn ogen? Het is alsof hij bezeten is.” – Daarmee bedoelde hij de Profeet (s). – De Profeet (s) zei: “O mensen, wie heeft meer autoriteit over jullie?” Zij zeiden: “Allah en Zijn boodschapper.” Hij (s) zei: “O Allah, getuig!” Vervolgens zei hij (s): “Voorzeker, voor wie ik zijn meester ben, dan is Ali zijn meester.” Daarna begroetten de mensen hem met het leiderschap over de gelovigen. Vervolgens kwam Jibra’il naar beneden en informeerde de Profeet (s) over de uitspraak van het groepje (hypocrieten). De Profeet (s) riep hen en vroeg hen erover, maar zij ontkenden het en zworen het niet gezegd te hebben. Allah openbaarde daarop: {Zij zweren op Allah dat zij niks zeiden, maar zij hebben het woord van ongeloof gesproken}. [9:74]

Bron: Bihar ul-Anwar

ثم قال : قم يا أبا بكر فبايع له بإمرة المؤمنين ، فقام ففعل ذلك وبايع له [٥] ، ثم قال : قم يا عمر فبايع له بإمرة المؤمنين ، فقام فبايع [٦] ، ثم قال بعد ذلك لتمام التسعة ثم لرؤساء المهاجرين والانصار فبايعوا كلهم ، فقام من بين جماعتهم عمر بن الخطاب وقال : بخ بخ لك يا ابن أبي طالب ، أصبحت مولاي ومولى كل مؤمن ومؤمنة

… Vervolgens zei de Profeet (s): “Sta op, O Abu Bakr, en leg jouw eed af aan hem, en erken hem als de leider van de gelovigen.” Hij stond op en legde zijn eed af. Vervolgens zei de Profeet (s): “Sta op, O Omar, en leg jouw eed af aan hem, en erken hem als de leider van de gelovigen.” Hij stond op en legde zijn eed af. Vervolgens zei hij (s) dat nog tot aan 9 personen, waarna hij het vervolgens zei tegen de hoofden van de Muhajirien en de Ansar. Omar stond vervolgens op tussen hen en zei: “Gefeliciteerd O zoon van Abu Talib, je bent mijn meester geworden en de meester van alle gelovige mannen en vrouwen.”

Bron: Bihar ul-Anwar

In de soennitische overleveringen lezen we enkele details van deze gebeurtenis.

Ahmad bin Hanbal:

Van Al-Bara’ bin `Azib, die zei: We waren op reis met de Profeet (s) en vervolgens kwamen wij aan bij Ghadier Khum. Er werd geroepen naar ons: “Het gezamenlijke gebed!” Er werd geveegd voor de Profeet (s) onder twee bomen en hij verrichte vervolgens het middaggebed. Daarna pakte hij (s) de hand van Ali en zei: “Weten jullie dat ik meer autoriteit heb over de gelovigen dan zij over henzelf?” Zij zeiden: “Ja.” Hij (s) zei: “Weten jullie dat ik meer autoriteit heb over iedere gelovige, dan hij over zichzelf?” Zij zeiden: “Ja.” Toen pakte hij (s) de hand van Ali en zei: “Voor wie ik zijn meester ben, dan is Ali zijn meester. O Allah, bevriend wie hem bevriendt en wees vijandig tegen degene die hem vijandig is.” Daarna kwam Omar, Ali tegen, en zei: “Gefeliciteerd, O zoon van Abu Talib, je bent de meester van alle gelovige mannen en vrouwen geworden.”

Shu`aib al-Arna’out: “Sahih (authentiek) wegens ondersteunend bewijs.”

Bron: Musnad, Vol. 30, Blz. 430, # 18479

[Zelfde overlevering als hierboven].

Ahmad Mohammad Shakir: “De overleveringsketen is hasan (goed).”

[Zelfde overlevering als hierboven].

Ahmad Mohammad Shakir: “De overleveringsketen is sahih (authentiek).”

Bron: Al-Musnad, Vol. 14, Blz. 185 – 186, # 18391a – 18391b

[Zelfde overlevering als hierboven].

Wasiullah bin Mohammad `Abbas: “Deze (specifieke) overleveringsketen is zwak, wegens Ali bin Zayd bin Jud`an. Deze overlevering staat ook in Musnad met deze keten. En Ibn Abi `Asim overleverde het in zijn Sunna van Hadba van Hammad en de overlevering is sahih (authentiek).”

Bron: Fada’il as-Sahaba, Vol. 2, Blz. 738, # 1016



Deze overlevering hierboven is ook overgeleverd door de klassieke hadith-verzamelaar, genaamd Abd al-Razzaq, zoals Ibn Kathir zal aangeven.

Ibn Kathir:

وقال عبد الرزاق : أنا معمر ، عن علي بن زيد بن جدعان ، عن عدي بن ثابت ، عن البراء بن عازب قال : خرجنا مع رسول الله صلى الله عليه وسلم حتى نزلنا غدير خم فبعث مناديا ينادي ، فلما اجتمعنا قال : ” ألست أولى بكم من أنفسكم ؟ ” قلنا : بلى يا رسول الله . قال : ” ألست أولى بكم من أمهاتكم ؟ ” . قلنا : بلى يا رسول الله . قال : ” ألست أولى بكم من آبائكم ؟ ” قلنا : بلى يا رسول الله . قال : ” ألست ، ألست ، ألست ؟ ” قلنا : بلى يا رسول الله . قال : ” من كنت مولاه فعلي مولاه ، اللهم وال من والاه وعاد من عاداه ” . فقال عمر بن الخطاب : هنيئا لك يا بن أبي طالب ، أصبحت اليوم ولي كل مؤمن . 
Abd al-Razzaq zei: Die en die overleverden van Al-Bara’ bin `Azib, die zei: We waren op reis met de Profeet (s) en vervolgens kwamen wij aan bij Ghadier Khum. … Vervolgens zei Omar bin al-Khattab: “Gefeliciteerd, O zoon van Abu Talib, je bent vandaag de leider geworden van iedere gelovige.”

Ibn Kathir gaat verder en zegt dat deze overlevering, waarin Omar, Imam Ali (as) feliciteert, door meerdere metgezellen is overgeleverd:

وقد روي هذا الحديث عن سعد وطلحة بن عبيد الله ، وجابر بن عبد الله ، وله طرق عنه ، وأبي سعيد الخدري وحبشي بن جنادة وجرير بن عبد الله وعمر بن الخطاب ، وأبي هريرة وله عنه طرق ، منها – وهي أغربها – الطريق التي قال الحافظ أبو بكر الخطيب البغدادي
Deze overlevering is ook overgeleverd door Sa`d, Talha bin Obaydullah, Jabir bin Abdallah, en daar zijn (verschillende) overleveringsketens van, en van Abi Sa`id al-Khudri, Habashi bin Junada, Jarir bin Abdallah, Omar bin al-Khattab en Abu Huraira, en daar zijn (verschillende) overleveringsketens van, waaronder die van Al-Khatieb al-Baghdadi. [Deze zal verderop in het artikel worden vermeld.]

Bron: Al-Bidaya wa al-Nihaya

De bewerking van bronnen.

Ibn Kathir leefde rond het jaar 1300. Hij geeft verder in zijn boek aan dat Ibn Maja het exact op deze manier, met de felicitatie van Omar, heeft overgeleverd:

وكذا رواه ابن ماجه من حديث حماد بن سلمة ، عن علي بن زيد بن جدعان . ورواه أبو يعلى عن هدبة بن خالد وإبراهيم بن الحجاج السامي ، عن حماد بن سلمة ، عن علي بن زيد وأبي هارون العبدي ، عن عدي بن ثابت ، عن البراء به . وهكذا رواه موسى بن عثمان الحضرمي عن أبي إسحاق ، عن البراء به . 

Ibn Maja heeft het op deze manier overgeleverd, via de overlevering van Hammad bin Salama, van Ali bin Zayd. En Abu Ya`la heeft het overgeleverd van Hadba bin Khalid, Ibrahim bin al-Hajjaj, van Hammad bin Salama, van Ali bin Zayd en Abi Harun al-`Abdi, van `Uday bin Thabit, van Al-Bara’. En zo heeft ook Musa bin Othman al-Hadhrami het overgeleverd van Abi Is’haq, van Al-Bara’.

Maar in de hedendaagse versie van Sunan Ibn Maja is de felicitatie van Omar niet meer te lezen. Het is weggehaald. De versie van Ibn Maja is eerder in dit artikel vermeld. Scroll terug omhoog om het te lezen.

Een andere soennitische geleerde, genaamd Al-Suyuti (leefde rond 1400), zegt dat de felicitatie van Omar ook is overgeleverd door de metgezel Zayd bin Arqam, zoals vermeld in het boek van Ahmad bin Hanbal.

Al-Suyuti:

وأخرج أحمد عن البراء بن عازب وزيد بن أرقم : ( أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال : من كنت مولاه فعلي مولاه ، فقال عمر بن الخطاب : هنيئا لك يا علي أمسيت مولى كل مؤمن ومؤمنة

En Ahmad overleverde van Al-Bara’ bin `Azib en Zayd bin Arqam, dat de Profeet (s) zei: “Voor wie ik zijn meester ben, dan is Ali zijn meester.” Omar bin al-Khattab zei vervolgens: “Gefeliciteerd, O Ali, je bent de meester geworden van alle gelovige mannen en vrouwen.”

Bron: Al-Hawi li al-Fatawa

Maar deze versie van Zayd is hedendaags niet meer in haar oorspronkelijke vorm terug te vinden in het boek van Ahmad bin Hanbal. Al-Suyuti zegt verder ook dat Ibn Maja de felicitatie van Omar heeft overgeleverd, maar zoals we al daarnet hebben aangegeven, is deze felicitatie hedendaags niet meer te vinden in het boek van Ibn Maja:
وأخرج أحمد وابن ماجه عن البراء بن عازب قال : ( كنا مع رسول الله صلى الله عليه وسلم في سفر فنزلنا بغدير خم فنودي فينا الصلاة جامعة فصلى الظهر وأخذ بيد علي فقال : ألم تعلموا أني أولى بالمؤمنين من أنفسهم ؟ قالوا : بلى ، فأخذ بيد علي فقال : اللهم من كنت مولاه فعلي مولاه ، اللهم وال من والاه ، وعاد من عاداه ، قال فلقيه عمر بعد ذلك فقال له : هنيئا لك يا ابن أبي طالب أصبحت وأمسيت مولى كل مؤمن ومؤمنة

En Ahmad en Ibn Maja overleverden van Al-Bara’ bin `Azib, die zei: … Vervolgens kwam Omar hem daarna tegen en zei tegen hem: “Gefeliciteerd, O zoon van Abu Talib, je bent de meester geworden van alle gelovige mannen en vrouwen.”

Bron: Al-Hawi li al-Fatawa

Niet alleen Omar feliciteerde Imam Ali (as), maar ook Abu Bakr.

Twee soennitische hadith-uitleggers vermelden in hun boeken dat Al-Darqutni – een zeer bekende soennitische hadith-verzamelaar – de felicitatie van Abu Bakr en Omar heeft overgeleverd.

Al-Manawi:

Al-Darqutni overleverde van Sa`d bin Abi Waqqas, dat toen Abu Bakr en Omar dat hoorden, zij zeiden: “O zoon van Abi Talib, jij bent de meester van alle gelovige mannen en gelovige vrouwen geworden.” En het is ook overgeleverd dat er tegen Omar werd gezegd: “Jij hebt iets met Ali wat jij met niemand van de metgezellen hebt.” Omar zei: “Hij is mijn meester.”

Bron: Faydh ul-Qadier, Vol. 6, Blz. 217 – 218, # 9000

Ibn Hajar al-Haytami:

Toen Abu Bakr en Omar dat hoorden, zeiden zij tegen Ali: “O zoon van Abu Talib, jij bent de meester van iedere gelovige man en vrouw geworden.” Al-Darqutni heeft dat overgeleverd en hij overleverde ook dat iemand tegen Omar zei: “Jij behandelt Ali op een manier hoe jij niemand van de metgezellen van de Profeet (s) behandelt.” Omar zei: “Hij is mijn meester.”

Bron: Al-Sawa`iq ul-Muhriqa, Blz. 60

Verder is de felicitatie van Omar ook overgeleverd door Abu Huraira, waarin nog een interessant detail wordt vermeld. In totaal zijn er dus minstens 10 metgezellen die de felicitatie van Omar hebben overgeleverd.
Al-Khatieb Al-Baghdadi:

Van Abu Huraira, die zei: Er zal 60 dagen van vasten worden geschreven voor degene die op de 18e dag van Dhul Hijja vast. En dat is de dag van Ghadier Khum, toen de Profeet (s), Ali bin Abi Talib bij de hand pakte en zei: “Ben ik niet de leider van de gelovigen?” Zij zeiden: “Jawel, O boodschapper van Allah.” Hij (s) zei: “Voor wie ik zijn meester ben, dan is Ali zijn meester.” Dus Omar bin al-Khattab zei: “Gefeliciteerd voor jou, O zoon van Abi Talib, je bent mijn meester en de meester van iedere moslim geworden.” En Allah openbaarde vervolgens het vers: “Deze dag heb ik jullie religie compleet gemaakt.” [5:3].

Bron: Tarikh Madinat as-Salam, Vol. 9, Blz. 222

Het klopt dat Imam Ali (as) niet alleen maar gefeliciteerd werd tijdens Ghadier Khum, maar dat er ook zelfs verzen zijn geopenbaard voor, tijdens en na deze gebeurtenis. Dit zal in een ander artikel besproken worden.

De overleveringen van Ghadier Khum zijn mutawatir.

Mutawatir binnen de hadith-wetenschappen betekent dat een overlevering herhaaldelijk via verschillende personen is overgeleverd en dus veel overleveringsketens heeft. Dit maakt een overlevering enorm betrouwbaar. Daar zal in een apart artikel meer aandacht aan worden besteed.

Ibn Hajr al-`Asqalani:

وأما حديث من كنت مولاه فعلي مولاه فقد أخرجه الترمذي والنسائي ، وهو كثير الطرق جدا ، وقد استوعبها ابن عقدة في كتاب مفرد ، وكثير من أسانيدها صحاح وحسان ، وقد روينا عن الإمام أحمد قال : ما بلغنا عن أحد من الصحابة ما بلغنا عن علي بن أبي طالب 

Wat betreft de overlevering ‘Voor wie ik zijn meester ben, dan is Ali zijn meester’, die is overgeleverd door Al-Tirmidhi en Al-Nasa’i, en het heeft zeer veel overleveringsroutes. Ibn `Uqda heeft deze routes vermeld in zijn boek Mufrad, en vele van de overleveringsketens zijn sahih (authentiek) of hasan (goed). En het is overgeleverd van Ahmad bin Hanbal, dat hij zei: “We hebben over niemand van de metgezellen (zoveel goeds) gehoord, als over Ali bin Abi Talib.”

Bron: Fat’h ul-Bari

Slotwoord

We hebben uit een geselecteerde hoeveelheid overleveringen aangetoond dat de Profeet (s) twee onafscheidelijke bronnen van leiding voor ons heeft achtergelaten: De Koran en zijn Ahlalbait (as). Vervolgens vertelde de Profeet (s) ook wie zijn eerste opvolger zal zijn: Imam Ali (as), die ook behoort tot de Ahlalbait van de Profeet (s). Binnen het sjiisme is de preek van de Profeet (s) in Ghadier Khum veel langer. Maar aangezien dat nu een te groot onderwerp is, zullen we het laten bij de informatie die in dit artikel vermeld is.

Het wordt nu tijd om te beginnen over de duistere periode die kort na deze afscheidspreek van de Profeet (s) aanbrak. Lees het volgende artikel om te lezen hoe na deze afscheidspreek van de Profeet (s), de eerste stappen werden genomen voor een staatsgreep. De artikelen die vanaf nu zullen volgen bevatten slechts vermeldingen van ellendigheid, die maar blijven oplopen en intensiveren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *