Muslim ibn Aqeel

Tijdelijk
Het tijdelijke huwelijk ; een eeuwenoude discussie
28 september 2015
Ware metgezellen
De ware metgezellen (MN)
30 oktober 2015
Show all

Muslim ibn Aqeel

11700957_1058181027549828_7350987978391453946_o

De vader; Aqeel

Aqeel ibn abi Talib was een tak van een vruchtbare boom, waarover de profeet (sawa) zeer tevreden was, opdat het huis van Abu Talib de profeet (sawa) sinds het begin van zijn leven hebben gesteund en voor hem gezorgd. En Aqeel had een groot aanzien in de Medina en Mekka en had ook een groot aanzien bij Imam Ali (as). De profeet (sawa) zei: “Ik hou twee maal voor Aqeel; omdat ik zelf van hem hou, en omdat Abu Talib van hem hield.”

Muslim met Imam Ali (as):

Imam Ali (as) tijdens het slachtveld van Siffien maakte Muslim ibn Aqeel en een paar andere prominente strijders als leiders van de rechterkant van zijn leger, en dat duidt erop dat Muslim een belangrijle strijder was aan de kant van Imam Ali (as).

De geleerden zijn het niet eens over het jaar waarin Muslim is geboren, maar ze geven twee mogelijke jaartallen voor zijn geboorte: 7 Hijri of 9 Hijri.

En zo was Muslim was onder de strijders die Bahensa binnenvielen in de tijd van Omar ibn Al-Khattaab.

Muslim ibn Aqeel groeite op in een huis vol met kennis en deugd, en groeide op tussen de imams van Ahl Al-Bayt en leerde van de profeet (sawa) en na hem van de imams, dus het is niet verbazend om te zien dat Imam Al-Hussein hem ziest als zijn vertegenwoordiger naar Kufa.

Het verhaal van Muslim ibn Aqeel begint toen Yezid ibn Muawiyah onterecht aan de macht kwam. Destijds was Kufa een bron van Sjisme, gezien het de hoofdstad was van de khalifaat van Imam Ali (as), en daar had hij dus veel aanhangers.

Al-Nu’maan ibn Bashir was de goveneur van Kufa en de sjiieten hadden niets met hem gemeen, en zoals in alle tijden van Bani Umayya, sjiieten waren achtervolgd en niet gerespecteerd.

De prominente personages in Kufa schreven een brief aan Imam Al-Hussein (as) waarin ze zeiden dat ze Al-Nu’maan niet al hun leider zien en dat ze noch met hem bidden noch naar zijn preken luisteren. Verder zeiden ze in hun brief dat ze bereid zijn Al-Nu’maan van zijn troon te verjagen als ze te horen kregen dat Imam Hussein (as) hun kant opkomt.

De schriften van de sjiieten in Kufa bleef aankomen bij Imam Hussein die hem aandringen om iets te ondernemen jegens de tiranie die over hen heerst.

Imam Al-Hussein (as) antwoordde hen met het volgende:

“Van Al-Hussein ibn Ali, aan de gelovigen en moslims: Hani en Saeed zijn bij mij aangekomen met jullie schriften (brieven) en zij waren de laatste die van jullie bij mij zijn aangekomen. Ik begreep wat jullie in jullie brieven gezegd hebben, en wat de meeste van jullie zeggen is ‘we hebben geen leider, dus kom naar ons zodat Allah ons in het goede en het rechte op jou verzamelt’. Daarom stuur ik mijn broeder, mijn neef, en mijn vertrouweling Muslim ibn Aqeel naar jullie. Als hij naar mij schrijft dat de meesten en de leiders onder jullie overeenstemmen met wat jullie reeds hebben geschreven, dan zal ik naar bij Allah’s wil binnenkort naar jullie komen…”

En zo zien we de grote verantwoordelijkheid die op Muslim rust, omdat hij de grote Imam (as) vertegenwoordigt. En wie de imam vertegenwoordigt moet op een hoge niveau zijn qua geloof, kennis, en alle andere deugden.

Muslim verliet Mekka in het midden van Ramdan, via Medina, en reisde naar Iraq met een paar van de boodschappers die van Kufa zijn gekomen naar Imam Hussein (as).

Toen Muslim bij Kufa aankwam, op 5 Shawwal, verbleef hij in het huis van Al-Mukhtaar Al-Thaqafi, omdat Muslim hem kende en deels met hem opgroeide. Andere bronnen geven aan dat hij verbleef in het huis van Muslim ibn Awsaja.

De Kufanen kregen de horen dat Muslim naar hen is gekomen, en dat hij in Kufa verblijft. Ze gingen massaal naar hem om ‘bayáh’ te geven. Als Mulsim zag hoe de mensen bereid waren Imam Al-Hussein (as) te volgen en hoe ze hem als leider wooden, schreef hij naar Imam Al-Hussein (as) dat de mensen de Imam (as) verwachten en dat ze eens zijn over hem dienen en hem gehoorzamen. Hij zei in zijn brief: “Van de bewoners van Kufa hebben achttienduizend mensen hun eed afgegeven, maak uw voorbereiden om hierheen te komen.”

Dat was 27 dagen voor de dood van Muslim, want daarna stuurde Muslim nog een bericht dat 100 duizend anderen zich bij hem aangesloten hebben.

Toen Al-Nu’maan ibn Basheer te horen kreeg hoe men zich bij Muslim aansloot, besloot hij iets eraan te doen en ging hij de mensen prediken en zei: “O dienaren van Allah, vrees Hem en haast u zich niet naar de Fitna en verdeeldheid, want daarin vergaat men en wordt bloed vergiet. En ik heb niemand bevochten die mij niet bevocht, maar als jullie de ware kant laten zien en jullie imam wijgeren en jullie al gegeven eed acher jullie laten, dan zal ik met mij zwaard jullie nekken slaan.”

De grote mensen in Kufa die loyaal waren aan Yezid, toen ze zagen hoe men naar de kant van Imam Al-Hussein (as) gingen, schreven uit vrees naar Yezid: “Als u Kufa onder uw macht wilt houden, stuur iemand die sterk is en die uw bevelen volgt, want Al-Nu’maan is zwak of hij doet alsof hij zwak is.”

Toen het bericht bij Yezid aankwam, stuurde hij een bericht naar Abayd Allah ibn Ziyad, die goveneur was over Basra, en bevel hem naar Kufa te reizen en Muslim te vinden en als hij hem vindt, moet hij hem of vasthouden, of vermoorden, of uit Kufa zetten. Ibn Ziyad besloot met 500 man naar Kufa te gaan.

Toen Ibn Ziyad dichtbij Kufa was, verkleedde hij zich in kleedstukken uit Yemen, en een zwarte tulband, en bedekte zijn gezicht, om zo de mensen te bedriegen dat hij Imam Al-Hussein (as) was, tot hij bij het paleis van Kufa aankwam en daar naar binnen ging.

De volgende ochtend bracht hij de mensen bijeen en zei tegen hen:

“Ameer Al-Mu’mineen heeft jullie stad gegeven, ….. en mijn zweep is op die mijn bevel niet volgt of een belofte naar mij niet nakomt. En laat deze Hashimi (Muslim) dit weten en laat hem mijn woede vermijden.”

Toen de bewoners van Kufa dit hoorden, werd een deel van hen bang, aangezien deze man niet bekend stond om zijn barmhartigheid en hij had een grote leger achter zich. Ibn Ziyad heeft tevens een lijst laten maken met de namen van de prominente personen die Muslim hebben gevolgd, en deze personen heeft hij in de gevangenis gezet. Door deze actie werden mensen in Kufa nog meer bang dan voorheen en begonnen zich te distansieren van Muslim.

Muslim in het huis van Hani’

Hani’ ibn Urwah Al-Muradi, is een van de adels van Kufa en was de leider van de stam Murad en Mudhhidj, en had meer dan 30 duizend man onder zijn bevel. En heeft met Imam Ali (as) in alle die veldslagen gevochten.

En toen Muslim te horen kreeg wat Ibn Ziyad in zijn preek gezegd heeft en toen hij de bewoners van Kufa afstand van hem zag nemen, vreesde hij dat iemand van hen hem zal aangeven bij Ibn Ziyad, en verplaatste zich naar het huis van Hani’.

Shurayk is ook een van de prominente gezichten van Kufa die loyaal was aan Muslim, verbleef ook met Muslim in het huis van Hani’. Toen Shurayk ziek werd kreeg Ibn Ziyad dat te horen en omdat Shurayk zo belangrijk was, stuurde Ibn Ziayd een bericht dat hij hem zal bezoeken.

Shurayk wou gebruik maken van de situatie en zei tegen Muslim dat er een kans is om Ibn Ziayd te vermoorden als hij op bezoek komt want dan is hij zonder beveiliging.

Gezien Muslim in het huis van Imam Ali (as) geleefd heeft, en de bron der kennis mee maakte, was bedrog niet iets wat in hem zat, en daarom weigerde Muslim om Ibn Ziyad op deze wijze te vermoorden.

Shuray overleed drie dagen na het bezoek van Ibn Ziyad aan hem in het huis van Hani’.

Ibn Ziyad wist niet meer was hij Muslim kan vinden, en de sjiieten in Kufa wisten dat Muslim in het huis van Hani’ was en ze gingen daar soms heen om hun loyaliteit te bewijzen.

Ibn Ziyad had een dienaar, genaamd Ma’qil, en hij beval hem zich voor te doen als een sjiiet om zo dichtbij Muslim gebracht te worden en achter te komen waar hij verblijft.

Dat deed hij en ging naar de grote moskee in Kufa en zei dat hij een grote som aan geld heeft voor Muslim en dat hij een liefhebber is van Ahl Al-Bayt. Hij moest zijn eed afleggen dat hij niets zal zeggen over de verbijfplaats van Muslim als hij hem zag en dat deed hij, waarop hij naar Muslim werd gebracht.

Toen voor Ibn Ziyad duidelijk werd waar Muslim verbleef, stuurde hij een bericht naar Hani’ om naar hem te komen, waarna Hani’ dat deed.

Hani’ werd gevraagd of hij Muslim in zijn huis heeft ingenomen waarop Hani’ zei: “Neen, maar hij had mij om hulp gevraagd en als alle Arabieren dat doen, heb ik hem geholpen.”

Ibn Ziyad vroeg aan Hani’ om Muslim over te geven en dat weigerde Hani’ omdat hij Muslim als een eregast zag. Toen Hani’ weigerde, beval Ibn Ziyad dat Hani’ in de gevangenis wordt gezet.

De tijd waarin Muslim een signaal geeft tot revolutie was bij zijn aanhangers bekend. Toen Muslim te horen kreeg dat Hani’ in de gevangenis was gezet, ging hij naar buiten en riep “Ya Mansoor Amit”, en dat was het signaal voor iedereen om te gaan vechten. En toen de bewonders dat hoorden, ging iedereen naar buiten en kwamen ze naar de grote moskee waar Ibn Ziyad zijn preek aan het houden was. Maar Ibn Ziyad had zijn grote officiers bevolen om een pardon te geven aan mensen die hun loyaliteit aan Ibn Ziyad laten zien en zo rijkelijk beloond te worden. En zoals veel mensen, ze gingen heen waar geld en roem was.

Nog een manier waarop Ibn Ziyad de mensen weg van Muslim wist te krijgen is het verspreiden van een roddel dat er een groot leger vanuit Shaam naar Kufa zal komen en iedereen die niet loyaal is aan de Ameer te vermoorden en daardoor werden mensen bang en verlieten Muslim.

Toen Muslim het avondgebed ging bidden in het grote moskee had hij maar dertig man om zich heen. En tegen het einde van de avond was niemand met hem die hem de weg wijst in Kufa.

Nadat Muslim alleen was, en Ibn Ziyad zeker wist dat iedereen bang was om met Muslim te vechten beval hij Al-Husayn om Muslim te achtervolgen en op te pakken, en loofde een belonging uit aan wie Muslim naar hem brengt of hem laat weten waar hij verblijft.

Toa’, de vrouw die beter was dan veel mannen:

Toen Muslim alleen was in de straten van Kufa, niet weten waar hij herberg kon vinden, eindigde hij op de steppen van een huis van een vrouw genaam Toa’, en zij was een slavin van Al-Asháth ibn Qays. Deze vrouw trouwde Usayd Al-Hadhrami en kreeg een kind, Bilal.

Zij was aan het wachten totdat haar zoon terugkomt toen ze zag dat Muslim voor haar deur staat. Toen hij haar zag, vroeg hij haar om water en die gaf ze aan hem. Hij aarzelde om haar om herberg te vragen in haar huis. Ze keek hem aan en zei: “Hebt u niet gedronken?” waarop hij antwoordde: “Ja.”

Ze zei: “Waarom gaat u niet verder naar u familie?”

Hij wist haar geen antwoord te geven, waarop ze zei: “Ik sta u niet toe om voor mijn deur te blijven staan.”

Hij zei tegen haar: “O dienaares van Allah, in heb geen huis noch familie in dit land. Kunt u mij herberg geven en ik zal u rijkelijk belonen.”

Zijn woorden brachten iets in haar teweeg en zij vroeg hem wie hij was, waarop hij antwoordde: “Ik ben Muslim ibn Aqeel, de mensen van dit land hebben mij voorgelogen en bedrogen.”

Toen ze te horen kreeg wie hij was, verwelkomde ze hem in haar huis, in een kamer dat niet gebruikt wordt in het huis.

Haar zoon kwam naar huis en zag zijn moeder herhaaldelijk de kamer ingaan, terwijl hij wist dat niemand de kamer gebruikt. Hij vroeg haar wat er aan de hand is, en zij weigerde hem te vertellen tenzij hij haar belooft het geheim te houden. Hij deed dat en zij vertelde hem dat Muslim in de kamer was.

Muslim verbleef zijn nacht in de kamer, biddend en Koran-reciterend. Hij sliep voor een moment en zag zijn oom, Imam Ali (as) in zijn droom tegen hem zeggen: “Morgen ben je bij mij, haast je, haast je.” Waarna Muslim wist dat deze avond zijn laatste was.

De zoon, ging bij het eerste daglicht naar Abd Al-Rahman ibn Al-Asháth, en die vertelde zijn vader over de plaats van Muslim. Ibn Ziyad kreeg dat te weten en beval Ibn Al-Asháth met 70 man naar Muslim te gaan om hen gevangen te nemen.

Muslim hoorde de hoeven van de paarden hem toenaderen en hoorde de mannen hem insluiten. Hij wist dat het tijd is geworden om te gaan vechten voor waarin hij geloofde.

Hij vocht net als zijn oom Imam Ali (as) en vermoordde 40 van de 70, en hij was zo sterk dat hij de man bij zijn riem pakte en hem over het huis gooit.

Ibn Al-Asháth stuurde naar Ibn Marjana (Ibn Ziyad) een bericht om meer man en macht te sturen, waarop Ibn Ziyad antwoordde: “Ik heb jou met 70 man naar één man gestuurd, en kijk wat hij met jullie heeft gedaan! Wat als ik jou stuur naar iemand die sterker is dan hij?”

Ibn Al-Asháth stuurde terug: “Denkt u mij gestuurd te hebben naar een boer van Kufa, of een bakker van Hira? U hebt mij gestuurd naar een zwaard van Muhammed ibn Abd Allah.”

Waarom Ibn Ziyad 500 extra man stuurde om tegen Muslim te vechten.

Muslim werd omsingeld van alle kanten en zag geen uitgang, maar hij gaf niet op en bleef stevig in zijn schoenen staan, iedereen van hem afslaan.

Hij ging tegen Bukayr ibn Hamraan vechten waarop ieder van hen de andere sloeg. Ibn Hamran sloeg Muslim op zijn mond en hakte zijn bovenlip weg, en Muslim sloeg hem op zijn hoofd waarop Ibn Hamran dood ging.

Hij ging door met vechten, met alle pijn die hij heeft, en alle bloed die van zijn lichaam giet.

Hij nam pauze en leunde tegen een muur achter hem, waarna men hem met stenen en pijlen begon aan te vallen. Hij zei tegen hem: “Waarom gooien jullie mij met stenen zoals de ongelovigen dat deden met de profeet terwijl jullie weten dat ik een familielid van de profeet ben?”

Met de laatste kracht die in hem was, viel hij direct Ibn Al-Asháth aan, maar die ging wegrennen, en toen stak iemand hem in de been, waarop Muslim op de grond viel, en daarna hebben ze hem gevangen genomen.

Hij werd op een ezelin gezet en naar het paleis gebracht. Onderweg was hij aan het huilen, waarop Amr ibn Abd Allah tegen hem zij: “Iemand zoals jij huilt niet om wat met hem gebeurt.”

Waarop Muslim antwoordde: “Ik huil niet om wat met mij is gebeurd, maar ik huil om wat zal gebeuren met Al-Hussein en zijn familieleden.”

Muslim in het Imarah-Paleis:

Toen Muslim voor Ibn Ziyad werd gebracht, geboeid, zei een van de wachters: “Waarom begroet je de Ameer niet?”

Waarom Muslim antwoordde: “Hij is geen Ameer voor mij.”

Ibn Ziyad zei tegen Muslim: “O Ibn Aqeel, je kwam naar deze mensen en verdeelde hun woord, en verscheurde hun consensus, en zetten hen tegen elkaar.”

Waarop Muslim zei: “Daarvoor ben ik niet gekomen, maar de bewoners van dit land zeiden dat jouw vader hun besten vermoord heeft, en hun bloed heeft vergiet, en deed onder hen zoals Kisra en Cesar, en wij zijn naar hen gekomen om in het goede te oordelen en naar de veroordeling van Het boek te roepen.”

Ibn Ziyad: “Je wilt wat je niet kunt hebben [de macht], en Allah gaf het aan wie het verdient.”

Muslim: “En wie verdient het?”

Ibn Ziyad: “Ameer Al-Mu’mineen Yazeed.”

Muslim: “Allah lof is aan Allah in alle toestanden, wij accepteren Allah als rechter tussen ons en jullie.”

Ibn Ziyad: “Het is alsof je denkt op de leiderschap recht te hebben?”

Muslim: “Ik denk het niet, ik weet het zeker.”

Ibn Ziyad: “Bij Allah ik zal je op een wijze vermoorden waarmee nog niemand in de Islam is vermoord.”

Muslim: “Je bent niet vreemd van het innoveren in de Islam.”

Waarna Ibn Ziyad boos werd en Hussein, Aqeel, en Imam Ali ging vervloeken.

Waarna Muslim zei: “Doe wat je wilt doen, O vijand van Allah.”

Ibn Ziyad beval een van de wachters om Muslim naar het dak van het paleis te nemen, en hem richting de slagers te zetten en hem onthoofden, om zijn lichaam en hoofd daarna naar de grond te gooien.

Deze person nam Muslim mee, die de hele weg naar boven lovend over Allah sprak en Koran reciteerde.

Muslim kreeg de toestemming om zijn laatste gebed te verrichten, en keerde zich naar Medina en begroette Imam Hussein (as). Hij werd daarna onthoofd en zijn lichaam en hoofd werden naar beneden gegooid.

Daarna beval Ibn Ziyad dat Hani’ naar hem wordt gebracht, waarna hij hem geboeid naar de markt liet brengen waar geiten worden verkocht. Toen Hani’ zag da niemand hem van de omstanders te hulp schoot, riep hij: “Is er geen stok of mes, of een bot dat men kan gebruiken om zichzelf te verdidgen?”

Daarna werd tegen hem gezegd: “Steek je hoofd uit.”

Hij zei: “Ik help jullie niet om mezelf te vermoorden.”

Rashid, een dienaar van Ibn Ziyaad, sloeg hem maar het deed Hani’ niets en zei: “Tot Allah is de terugkeer, O Allah ik vraag om Uw genade en tevredenheid.”

Waarna Rashid hem nogmaals sloeg en hem daarmee vermoord heeft.

Na het vermoorden van Muslim en Hani’, besloot Ibn Ziyad om de twee lijken door de markt te slepen, en hen daarna te kruisigen en stuurde hun hoofden naar Yezid.

De dag waarop Muslim werd vermoord wordt in verscheidene boeken anders vermeld.

Zo zegt Abu Hanifa Al-Daynori dat het op 3 Dhul-Hidja, jaar 60 Hijri is.

En Abi Al-Fida’ zegt dat het op 8 Dhul-Hidja is.

En Al-Mufeed, en Al-Majlisi zeggen dat het op de dag van Arafah was.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *