Het slachtveld van Kerbala- de eerste aanval

now__broke___dorsal_by_mustafa20-d5kovgt
De tiende dag
23 september 2015
chehlum_2015___4k_by_dea_pride-d8b2pmm
Het slachtveld van Kerbala- de rechterflank
23 september 2015
Show all

Het slachtveld van Kerbala- de eerste aanval

hal-min-nasirin

De eerste aanval

Umar Ibn Said kwam voorwaarts, schoot een pijl naar het kamp van de Imam (as) en zei:

“Wees getuige met de gouverneur dat ik de eerste was die een pijl schoot!”

Het leger begon en hun pijlen vielen neer als regen. De Imam (as) zei tegen zijn mensen:

“Sta op tot de dood, wat iedereen moet proeven. Voorzeker, deze pijlen zijn hun boodschappers naar ons.”

Imam Husain(as), zijn volgelingen streden allen in een groep en ze verloren vijftig man. Toen de Imam (as) zag dat zoveel van zijn volgelingen in een keer gedood waren, begonnen individuele personen toestemming te vragen om te vechten. Hij aarzelde om hen toestemming te geven.


Vanuit de kant van de vijand, Yesar en Salim kwamen naar voren  en vroegen wie tegen hen wilde strijden. Habib en Burayr wilden strijden, maar de Imam (as) gaf hen geen toestemming (ze waren te oud). 

Abdullah Kalbi, een van de kinderen van Ulaym, was moedig en ervaren in oorlog voeren, maar hij was jong. Hij vroeg toestemming en de Imam (as) liet hem gaan. Toen hij voorwaarts ging, vroeg Ibn Ziyad’s kamp wie hij was en hij vertelde ze wie hij was.

Ze antwoordden:

“We willen jou niet. Wij willen Zuhayr of Habib of Burayr. Jij bent niet gelijk aan ons!”

Zonder terug te keren om het de Imam (as) te vertellen, schreeuwde hij en vervloekte hij hen en viel hen aan. Hij trof Yesar met zijn zwaard en toen kwam Salim en zwaaide uit naar hem.

Abdullah gebruikte zijn linker hand om Salims zwaard te blokkeren en al zijn vingers werden eraf gesneden. Maar dat hield hem niet tegen. Abdullah ging achter Salim aan, doodde hem en joeg Yesar achterna en vermoorde hem ook.

Toen ging hij terug naar de Imam (as). Op zijn terugweg ontmoette hij zijn vrouw. Umm Wahab met een tentstok bij zich. Ze moedigde hem aan om door te vechten. Hij wilde haar mee terug nemen naar de andere vrouwen in de tenten, maar zij weigerde en zei:

“Ik wil meestrijden met deze stok.”  
De Imam (as) kwam tussenbeide. Hij vroeg haar terug te komen en zei:

“vrouwen horen niet te vechten.”

Sayf Ibn Harith en Malik Ibn ‘Abd al-Jabiri kwam huilend naar de Imam (as). 

De Imam (as) vroeg: “Waarom huil je?”

Ze zeiden: “Wij huilen om u, Imam (as), dat u alleen zal zijn en wij u niet kunnen helpen.”

Ze gingen en vochten totdat ze gedood werden. Toen kwamen, Abdullah en Abdul Rahman, zonen van Urwah en vochten totdat ze waren gedood. Vervolgens kwamen plotseling Amr Ibn Khalid al-Saydawi en Sa’d en Janir Salmani en Majma Aidhi allemaal in strijd tegen de vijand. Een van hen riep om hulp van de Imam (as). Abbas ging er onmiddellijk heen om hen te redden, maar voordat Abbas hen kon bereiken, had de vijand hen omsingeld en gedood.

Nadat de Imam (as) zag dat  bijna al zijn mensen waren gedood, pakte hij zijn baard vast en zei tegen het leger:

“God’s woede was op de Joden, omdat zij een kind voor Hem claimden. Zijn woede was op de Christenen, omdat ze Hem een derde van de drie maakten. Zijn woede was op de Zoroastriërs, omdat zij de zon aanbaden en Zijn woede is op diegenen die zich verenigden om het kleinkind van de Boodschapper van God te doden.

Bij God, ik zal tot niets instemmen, totdat ik God bereik met mijn bloed!

Is er iemand om ons te helpen? Is er iemand om de familie van de Profeet (vzmh) te helpen?”

Toen keerden Sa’d Ibn Harith en zijn broeder, die onder Umar’s leger waren, zich onmiddellijk tegen het leger en begonnen hen te slachten met hun zwaarden, waarbij er vele van hen omkwamen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *