De reis van Muslim ibn Aqil

p_r_i_d_e_______c_o_n_v_o_y_by_mustafa20-d5nufk4
Alvorens Kerbala
23 september 2015
muslim_ibn_aqeel_by_hussainart-d6w6xls
Muslim ibn Aqeel ontmoet ibn Ziyad
23 september 2015
Show all

De reis van Muslim ibn Aqil

assalam_o_alyk_ya_safer_e_hussain_a_s_by_syedasairanaqvi-d5ivsnz

reis van Muslim ibn’Aqil

De Imam (as) stuurde drie mensen met Muslim: Qays Ibn Mash′ar alSaydawi, ′Imarah Ibn ′Abdullah alSaluli and ′Abdul Rahman Ibn ′Abdullah alAzdi. Hij zei tegen Muslim: ‘’Vrees Allah en controleer of hetgeen wat de bewoners van Kufa in hun brieven zeggen de waarheid is. Indien dit het geval is, schrijf mij dan onmiddellijk een brief over de situatie.’’

Muslim verliet Mekka op de vijftiende van Ramadhan. Hij ging naar de al-Nabi moskee en bad daar. Hij nam afscheid van zijn familie en vroeg twee mensen om hem te helpen met het laten zien van de weg naar Kufa. Onderweg raakten ze verdwaald en besloten ze te stoppen, maar Muslim bleef doorgaan. Hij stopte niet totdat hij een plaats, genaamd Batn al-Khatb, zou bereiken waar hij wat water had gevonden. Hij bleef hier en stuurde onmiddellijk een bericht naar Imam Husain (as) en informeerde hem van wat er gebeurd was. Imam Husain (as) antwoordde dat hij door moest blijven reizen richting Kufa, zonder enige vertraging. Onderweg bleef hij even bij het water van de stam van Tay waarna hij weer verder ging reizen.

Hij kwam aan in Kufah op de vijfde dag van Shawwal en ging naar het huis van Mukhtar Ibn Abi Ubayd alThaqafi, een intelligente, ervaarde persoon en tevens een volgeling van de Ahlulbayt (as). Vanaf zijn komst verzamelden alle volgelingen van Kufa in het huis van Muslim, waar ze gehoorzaamheid aan de Imam (as) gingen uiten. Nadat Muslim de brief van de Imam (as) voorlas aan hun, stond Abis Ibn Shabib al-Shakiri op en zei: ‘’Ik spreek niet namens deze mensen en ik weet niet wat ze in gedachten hebben en ik misleid jullie niet. Ik zweer bij Allah dat ik jullie vertel wat ik geloof en ik zal er zijn wanneer jullie mij roepen en ik zal vechten tegen jullie vijand en ik zal mijn zwaard trekken voor jullie totdat ik mijn Heer heb bereikt. Ik heb niets anders nodig dan de nabijheid van Allah.’’

Habib Ibn Mu’ahir stond op en zei: ‘’Je zei wat in je hart zit en ik zweer bij Allah dat ik hetzelfde zeg.’’

Sa′id Ibn ′Abdullah alHanafi stond vervolgens op en zei hetzelfde en mensen waren loyaal tegenover Muslim. Ze telden deze mensen bij elkaar op en het waren er 18.000. In een ander verslag zelfs 25.000 en in het verslag van Shi’bi zelfs 40.000. Vervolgens schreef Muslim een brief aan de Imam (as) en stuurde deze op met ‘’Abis Ibn Shabib alShakiri’’. Hij legde uit de situatie uit en de intense verlangen van de mensen die ze hadden voor zijn komst. Hij zei in zijn brief: ‘’Een leider liegt niet tegen zijn mensen. De mensen van Kufa, tot nu toe, zijn allemaal loyaal gebleven tegenover mij. 18.000 van hun, dus vertrek naar Kufa wanneer je mijn brief ontvangt’’.

Dit gebeurde zevenentwintig nachten voor de dood van Muslim. De Kufans schreven aan de Imam (as) het volgende: ‘’Blijf uw weg volgen. U heeft 100.000 zwaarden hier. Twijfel alstublieft niet aan uw komst om hier zo snel mogelijk naartoe te komen’’.

Ondertussen schreven degenen die bondgenoten waren van de Umayyads (zoals Umar Ibn Sa′d Ibn Abi Waqqas) naar Yazid. Ze vertelden hem over de reis Muslim en de bewoners van Kufa. Ze wezen Yazid erop dat zijn huidige gouverneur, an-Numan ibn Bashir, niet in staat is om tegen hem in te gaan. Yazid raadpleegde zijn christelijke hoofdadviseur, Sirjawn. Hij adviseerde Yazid om te gouverneur te vervangen door Ubaydullah Ibn Ziyad, die bekend stond als een slecht persoon. Zijn moeder heet Marjanah en ondanks dat de identiteit van zijn vader onbekend is, wordt hij toch ibn Ziyad genoemd. Sirjawn herrinerde Yazid eraan dat zijn vader Muawiyah, Ibn Ziyad adopteerde en hem opleidde in het leger en dat het de wens van Muawiyah was om Ibn Ziyad te gebruiken. Daarna gaf hij Yazid een brief, verzegeld door Muawiyah. Hij voorspelde het belang van Ibn Ziyad in moeilijke situaties. Yazid opende onmiddellijk de brief en voerde zijn vaders plan uit.

Ubaydullah Ibn Ziyad was in Basrah, niet ver van Kufa. Yazid schreef hem: ‘’Ga naar Kufa, pak Muslim ibn ‘Aqil en kijk wat geschikt is; om hem gevangen te nemen, om hem te verbannen of om hem te doden.

Ibn Ziyad vertrok met vijfhonderd mensen van Basrah en hij vertraagde zijn reis niet en stopte ook niet voor welke reden dan ook. Sommige van zijn mensen werden ziek onderweg, maar hij liet hen dood gaan in de woestijn. Toen hij aankwam in al-Qadisiyyah, bleef zijn dienaar Mahran achter en Ibn Ziyad liet ook hem dood gaan.

Voordat hij de stad bereikte, ging Ibn Ziyad zich verkleden zoals Imam Husain (as), zodat wanneer hij de bewakers en bewoners zou passeren, zij allen zouden denken dat hij Imam Husain (as) was. Ze kwamen ook naar hem toe en zeiden: ‘’O, kleinzoon van de Heilige Profeet van Allah!’’, maar hij reageerde op niemand. Wanneer hij Kufa van de ingang van Najaf bereikte, kwamen mensen naar hem toe om hem te verwelkomen, maar nogmaals reageerde hij niet en ging meteen door naar Qasr al-Imarah, de kasteel van de gouverneur. Toen hij aan de deur klopte, deed gouverneur an-Numan niet open. In plaats daarvan ging hij naar het dak en zei: ‘’O zoon van de Boodschapper van Allah! Ik ga je niet verwelkomen in dit kasteel!’’

Ibn Ziyad zei: “Open de deur, jouw nacht zal te lang duren’’.

Toen enkele mensen hem hoorden en zich realiseerden dat het een truc was, zei hij: ‘’O mensen! Ik zweer op de Ka’bah dat dit Ibn Ziyad is en niet onze Imam Husain!’’

De mensen renden allemaal naar hun huizen en in de ochtend kondigde Ibn Ziyad een bijeenkomst in moskee al-Kufa aan. Ook waarschuwde hij iedereen tijdens zijn speech en moedigde de vijanden van het huis van de Heilige Profeet (vzmh) door hun om te kopen.

Hij zei: ‘’Iedereen die de vijand van de gouverneur helpt en dit niet aan ons meldt, zal voor zijn eigen huis opgehangen worden!’’

De stand van de moslim

Ibn Ziyad ging onmiddellijk Muslim achterna. Toen Muslim hoorde over de speech van Ibn Ziyad en zijn bedreiging, besloot hij om een nieuwe plaats te zoeken om daar te verblijven. Die nacht verliet hij stiekem het huis van Mukhtar en ging naar het huis van Hani ibn Urwah, die sheikh was van de stam van Murad. Hij had een paardenvolk van 4000 en een voetvolk van 8000, exclusief hun andere bondgenoten (die uit ongeveer 30.000 mensen zou bestaan). In die tijd bezocht een andere man, genaamd Sharik ibn Abdullah al-A’war, ook Hani. Ibn Ziyad en hij kwamen beide van Basrah, dus toen Sharik ziek werd kwam Ibn Ziyad om hem te bezoeken.


Sharik zei tegen Muslim dat dit de perfecte tijd was om Ibn Ziyad te vermoorden. Terwijl ze aan het praten waren, kwam Ibn Ziyad binnen lopen. Muslim verstopte zich. Sharik was nerveus en zei iets om aan te duiden aan Muslim om te komen en Ibn Ziyad te vermoorden.

Ibn Ziyad keek Hani aan en zei: ‘’Het ziet ernaar uit dat jouw neef, Sharik, aan het hallucineren is.’’

Hani antwoordde: ‘’Hij praat al een hele tijd onzin, sinds hij ziek is geworden. Hij weet niet wat hij zegt.’’

Nadat Ibn Ziyad weg ging, vroeg Sharik aan Muslim: ‘’Waarom kwam je niet om hem te vermoorden?’’

Muslim antwoordde: ‘’Om twee redenen. Ten eerste, ik hoorde de hadith van de Heilige Profeet die het volgende zegt: “Innal iman qayd ulfatk” (een gelovige vermoordt niemand door bedrog) en ten tweede, Hani’s vrouw pakte mijn hand en liet mij zweren bij Allah om hem niet te vermoorden, huilend en smekend om mij dit niet te laten doen.’’

Toen Hani dat dat had gehoord, zei hij: ‘’Ya wailah! Ze heeft mij vermoord, zichzelf vermoord en alle anderen door wat ze heeft gedaan!’’

Sharik ging dood na drie dagen ziek te zijn geweest. Ibn Ziyad eerde hem tijdens zijn begrafenis. Later toen Ibn Ziyad zich realiseerde dat Sharik hem hielp om Muslim te

verstoppen, wou hij zijn lichaam weer opgraven. Echter deed hij dit niet, omdat het lichaam dichtbij een van zijn eigen familieleden was begraven.

Ondertussen zochten de volgers stiekem contact met Muslim in Hani’s huis. Uiteindelijk huurde Ibn Ziyad een slaaf, genaamd Ma’qil en gaf hem 3000 dienaars om over de volgers te rapporteren.

Ma’qil vermomde zichzelf als een persoon uit Syrië en zei dat hij de slaaf was van een stam van de volgers, genaamd Dhul-Kila en Allah (swt) heeft hem geleid, waardoor hij was bekeerd en wanneer hij hoorde dat er iemand Imam Husain (as) aan het volgen was, kwam hij om te helpen. Hij zei dat hij geld had die hij kon geven aan de representant van de Imam (as).



Ma’qil ging naar de moskee en infiltreerde de mensen die gewijd waren aan het gebed. Hij zag Ibn ‘Awsajah alAsadi en kwam dichterbij hem. Hij vertelde hem dat hij geld had voor de Imam (as) en dat hij niet wist wat hij ermee moest doen. Ibn ‘Awsajah bad voor hem en leidde hem naar Muslim ibn Aqil. Muslim gaf het aan Abi Thumlah al-Sa’idi, die de leiding had over het geld. Elke dag kwam deze Ma’qil naar Muslim in Hani’s huis en rapporteerde alle activiteiten van de volgelingen bij Ibn Ziyad.

Hāni Ibn ‘Urwah

Toen Ibn Ziyad zeker was van het verblijf van Muslim in Hani’s huis, zond hij spionnen om de activiteiten buiten en binnen het huis in de gaten te houden en om te kijken wie er zou komen en wie niet. Hij zond toen mensen naar Hani, die het volgende zeiden: ‘’De gouverneur heeft je gemist en heeft gevraagd hoe het met jouw gezondheid is. We hebben hem verteld dat jij een oude man bent en niet in staat bent om te komen, maar hij zei dat hij je wilt zien.’’ Ze drongen erop aan dat Hani de gouverneur zou bezoeken. Hij weigerde, maar zij bleven aandringen en slaagden er uiteindelijk in. Toen hij aankwam in het kasteel, zei Ibn Ziyad tegen hem: ‘’Een verrader komt op zijn voeten!’’

Shurayh al-Qadi zat aan zijn zijde, toen Ibn Ziyad tegen Hani zei: ‘’Je hebt Muslim ibn Aqil naar jouw huis gebracht! Je hebt wapens voor hem verzameld!’’

Hani ontkende het. Toen het argument werd opgehitst, belde Ibn Ziyad naar Ma’qil. Hani zei toen tegen Ibn Ziyad: ‘’Je weet dat ik jouw vader ken en ik zou willen dat jij je vereerd voelt, dat zou ik je graag willen adviseren. Jij en jouw mensen zouden deze stad moeten verlaten en naar Sham (Syrië) moeten gaan, want nu hebben we iemand die het meer verdiend om gehoorzaamd te worden dan jij en jouw vrienden.’’

Ibn Ziyad zei: ‘’Jij gaat mij niet verlaten, totdat jij hem naar mij toegebracht hebt.’’ Hani zei: ‘’Als hij onder mijn voeten zou zijn, zou ik niet mijn voeten voor jou optillen.’’




Ibn Ziyad bedreigde hem met de dood en Hani antwoordde: ‘’Dat zou een oorlogsverklaring zijn.’’ Ibn Ziyad trok zijn zwaard en sneed daarmee de neus van Hani er af en vervolgens beval hij de beveiligers om hem naar de kerker te brengen.

Amr ibn Hajjaj, de schoonbroer van Hani, hoorde dat Hani was vermoord. Hij en een groep van zijn stam vertrokken en omsingelden het kasteel. Ibn Ziyad beval Shurayh al-Qadi om aan te kondigen dat Hani nog levend is. Toen hij dat deed, vertrok iedereen, maar hij vertelde ze nooit dat Hani in de kerker was. Toen Shurayh naar de kerker ging om Hani te zien, zei Hani tegen hem: ‘’Tien van mijn mensen zouden we hier weg halen.’’

Shurayh liet Hani niet weten dat zijn mensen wel waren gekomen, maar dat ze werden misleid. In plaats daarvan zei hij tegen Hani dat hij zich geen zorgen moest maken en dat alles goed zou komen.

Toen Muslim het nieuws over Hani hoorde, verliet hij het huis van Hani en riep zijn volgelingen. Ze kwamen bijeen en ze waren met 4000 man. Ze zongen de slogan van de moslims bij de slag van Badr in de tijd van de Heilige Profeet (vzmh). Muslim verdeelden hun in vier groepen en ze liepen naar het kasteel. Ibn Ziyad had maar dertig mensen. Hij deed alle deuren op slot en vertelde Shurayh al-Qadi om de mensen te misleiden. Shurayh ging naar het dak van het kasteel en kondigde het volgende aan: ‘’O mensen van Kufa! Vermoord jullie zelf niet! Een leger van versterkingen zal komen van de hoofdstad Damascus!’’

Een voor een vertrokken ze en van de vierduizend man bleven er driehonderd over.. En toen nog maar dertig en wanneer Muslim het middaggebed begon te midden, waren er nog maar drie mensen achter hem. Toen hij klaar was met het gebed, was er niemand meer over. Hij liep door de straten van Kufa, niet wetend waar hij naartoe moest gaan.

Toen Ibn Ziyad zich realiseerde dat zijn truc had gewerkt, zond hij zijn spionnen om vanuit de hoge torens van het kasteel te kijken wat de reacties van de mensen waren. Toen het hem opviel dat er maar weinig mensen waren, beval hij de soldaten om te kijken of de mensen die over waren, rebels waren. Vervolgens bond hij fakkels aan touwen en verlaagde ze van het dak van het kasteel over de muur van de moskee, om te zien of er iemand was verstopt.

Toen ze niemand konden vinden, kondigde Ibn Ziyad aan dat degene die onderdak zou bieden aan Muslim, dat hij vermoord zal worden. Tevens beval hij zijn soldaten dat ze alle huizen moesten doorzoeken en Muslim moesten vangen. Daarna beval hij de bewakers om iedereen bij de ingang van de stad, die aan de kant van Muslim stond, te vangen.

Ondertussen was Mukhtar Ibn ‘Ubaydullah alThaqafi in zijn dorp, genaamd Khatwaniyyah. Ibn Ziyad beval iedereen om Imam Husain (as) aan te geven en de witte vlag van overgave te dragen. Iedereen deed dit, inclusief Mukhtar, maar Ibn Ziyad beval om Mukhtar en Amr ibn al-Harith gevangen te laten nemen en hen te slaan met zijn zwaard. Zij bleven tot de dag van Ashura in de gevangenis.

Muslim liep alleen door de straten van Kufa, in de buurt van Kindah. Na een tijdje werd hij moe en bleef hij midden op de straat staan. De eigenaar van de huizen daar, was een vrouw genaamd Taw’ah. Zij had een zoon, genaamd Bilal. Ze was op zoek naar haar zoon, maar zag

opeens Muslim op de straat staan. Ze herkende hem in eerste instantie niet, maar toen ze zich realiseerde dat hij Muslim ibn Aqil was, gaf ze hem onderdak, voedde ze hem en hield ze hem in een aparte kamer. Toen haar zoon thuis kwam en zijn moeder naar de andere kamer zag lopen, vroeg hij haar wat er aan de hand was. Zij weigerde het hem te vertellen. Hij bleef doordringen en nadat hij zijn moeder moest beloven het geheim te houden, kreeg hij het te horen.

Echter, in de ochtend ging haar zoon Bilal naar Ibn Ziyad en vertelde hem waar Muslim was. Ibn al-Ash’ath kwam met zeventig soldaten om Muslim te vangen, terwijl hij het avondgebed aan het verrichten was. Toen hij de paarden hoorde galloperen, wist Muslim dat hij was gevonden. Hij maakte zijn gebed af en zei tegen Taw’ah: ‘’Je hebt gedaan wat je zou moeten doen. Moge de Boodschapper van Allah voor je bemiddelen. Gisteren droomde ik dat mijn oom Ali, leider van de Gelovigen, mij zei: ‘’Je zal morgen bij mij zijn.’’

De soldaten kwamen van hun paarden naar binnen, maar Muslim liep al naar hem, vocht tegen hen en dwong hen het huis uit te gaan. Hij vocht dapper, hij duwde alle soldaten terug de straat op en hij vermoordde veertig van hen. Hij vocht met de kracht van een man, die wist dat het zijn laatste gevecht zou zijn. Hij sneed, hij raakte en hij duwde de soldaten uit zijn weg. Sommigen van hen greep hij bij hun handen en gooide hen op het dak. Meer dan de helft van zijn troepen was dood en de rest was gewond, waarna de leider een bericht had gestuurd naar Ibn Ziyad, met de vraag of hij meer troepen kon sturen.

Ibn Ziyad antwoordde: ‘’Wat? Ik stuurde jullie uit om één man te vangen, niet een heel leger!’’

De leider antwoordde terug: ‘’Denk jij dat je mij hebt gestuurd om een boodschappenjongen van Kufa te vangen? Jij wilt dat ik de zwaard van de Heilige Profeet vang!’’

Muslim vocht een tegen een en raakte Bukayr twee keer. De zwaard van Bukayr raakte Muslim bij zijn mond en sneed zijn onderlip. Muslim raakte hem op zijn hoofd en in zijn nek en vermoordde hem uiteindelijk. Ze realiseerden zich dat ze hem niet een voor een konden krijgen, dus gingen ze allemaal naar het dak om vanaf daar stenen naar hem te gooien. Hierna staken ze riet in brand en gooiden dit naar hem.

Hij zei: ‘’Ik zweer dat ik niet dood ga, tenzij ik als een vrije man dood ga! Een hardnekkige dood is iets slechts. Iedereen krijgt op een dag met moeilijkheden te maken. Warmte en kou zouden een dag mixen. Zijn ziel zou naar hem terugkeren. Ik ben bang dat ik zou worden voorgelogen of worden misleid.’’

Hij werd zwak van zijn wonden en bloedverlies. Hij leunde tegen een muur. Ze bleven pijlen naar hem schieten en stenen naar hem gooien, totdat hij zei: ‘’Waarom gooien jullie stenen op mij, terwijl wij behoren tot de familie van de Heilige Profeet? Wij zijn geen ongelovigen!’’

Ibn al-Ash’ath, de leider van het leger, kwam dichtbij hem en zei: ‘’Vermoord jezelf niet, je bent onder mijn bescherming.’’

Muslim antwoordde: ‘’Zolang ik kracht heb, zal ik niet gevangen worden. Nee! Dat zal nooit

gebeuren!’’

Muslim viel hem aan en de leider rende weg. Toen hij zich terugtrok van Muslim, beval de leider de soldaten om hem van alle kanten aan te vallen. Iemand raakte Muslim van achter. Hij viel in de put. Ze trokken zijn zwaard uit zijn handen en vingen hem. Toen ze zijn zwaard van hem hadden afgepakt, moest hij huilen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *