Alvorens Kerbala

kerbala
Het slachtveld van Kerbala- Zuhair ibn Qain
23 september 2015
assalam_o_alyk_ya_safer_e_hussain_a_s_by_syedasairanaqvi-d5ivsnz
De reis van Muslim ibn Aqil
23 september 2015
Show all

Alvorens Kerbala

p_r_i_d_e_______c_o_n_v_o_y_by_mustafa20-d5nufk4

Alvorens Karbala

Yazid eist trouw

Yazid had van zijn politieke concurrenten onderwerping nodig, om zichzelf te verzekeren van zijn koningschap. Hij beval de gouverneur van Medina om direct de trouw op te eisen van Imam Husain (as) (kleinzoon van de Heilige Profeet Mohammed (vzmh) en spirituele leider van de gemeenschap) en Ibn az-Zubayr (een politieke concurrent van Yazid) en indien zij weigerden, ze te vermoorden. Het was laat in de nacht, maar de gouverneur had onmiddellijk een plaatsvervanger gestuurd om hen te halen. Hij vond ze in Masjid al-Nabi, de moskee van de Heilige Profeet (vzmh) en het middelpunt van de stad. Ibn az-Zubayr wantrouwde de zendeling van de gouverneur, aangezien de komst op zo een late tijdstip was.

Imam Husain (as) zei onmiddellijk: ‘’Dit moet met de dood van Muawiyah te maken hebben en de gouverneur wilt dat wij onze trouw zweren aan zijn (Muawiyah’s) zoon Yazid, voordat iemand erachter komt.’’

Dit werd duidelijk voor Ibn az-Zubayr toen hij de gouverneur ontmoette. Maar, toen Imam Husain (as) erheen ging, ging hij te paard, goed bewapend met dertig van zijn beste volgelingen. Imam Husain (as) vertelde zijn mannen om bij de deur te wachten en wanneer zij een luide discussie zouden horen, naar binnen te komen en anders buiten te blijven. Zodra Imam Husain (as) binnenkwam vroeg de gouverneur hem ronduit: ‘’Jij moet trouw zweren aan Yazid.’’

Imam Husain (as) antwoordde: ‘’Een persoon als ik moet geen trouw zweren in het geheim. Als u wilt, kunt u alle mensen bijeen roepen, in het openbaar en iedereen vragen waar wij bij zijn, om één stem te hebben.’’

De gourverneur accepteerde dit, maar zijn secretaris waarschuwde hem: ‘’Als hij je verlaat en op het ogenblik geen trouw zweert, zul je geen macht meer over hem hebben. Zet hem in de gevangenis, of vermoord hem.’’

Imam Husain (as) zei: ‘’Wie van jullie mij zal vermoorden, zal zondig en onjuist zijn.’’ Toen zei hij tegen de gouverneur: ‘’O gouverneur! Wij zijn de Mensen van het Huis van de Profeet en wij zijn de nakomelingen van de Profeet. Yazid is een dronkaard die mensen vermoordt zonder redenen en een persoon zoals ik zweert geen trouw aan een persoon als hem. Hoe dan ook, laten we elkaar in de ochtend ontmoeten en laten we kijken, jullie en wij, wie het meest geschikt is voor leiderschap.’’

Toen sprak de gouverneur een paar agressieve woorden uit met een harde stem. Zodra de dertig bewakers het lawaai hoorden, braken negentien van hen de deur, kwamen naar binnen, namen Imam Husain (as) mee en vertrokken alle dertig samen met de Imam (as).

Marwan zei tegen de gouverneur: ‘’Je hebt me niet gehoorzaamd en je zult geen macht meer krijgen over de Imam.’’

Gouverneur Walid zei: ‘’Ga en geef iemand anders de schuld, Marwan. Jij wilt dat ik Imam Husain vermoord, omdat hij weigert om trouw te zweren? En je denkt dat dit een makkelijke zaak is om uit te voeren, om weg te komen met het bloed van Husain?’’

De Imam (as) bezocht onmiddellijk het graf van zijn grootvader en bleef bidden tot in de ochtend. In de loop van de nacht stuurde gouverneur Walid zijn plaatsvervangers naar het huis van Imam Husain (as). Ze konden hem niet vinden en dachten dat hij de stad had verlaten. In de ochtend vonden de plaatsvervangers van de gouverneur Imam Husain (as) bij het graf van zijn grootvader. Één van de mannen kwam naar Imam Husain (as) en adviseerde hem om trouw te zweren, omdat dat beter was voor zijn leven.

Imam Husain (as) zei: ‘’Als moslims trouw zweren aan Yazid, zeg dan vaarwel tegen Islam.’’

De volgende nacht ging Imam Husain (as) nogmaals naar het graf van zijn grootvader en reciteerde een aantal hoofdstukken uit de Heilige Koran. De Imam (as) zei toen: ‘’O Heer! Dit is het graf van Uw Profeet Mohammed en ik ben de zoon van zijn dochter en U weet het beste wat er met mij gebeurt. Ik wil niks behalve het promoveren van het goede en het voorkomen van het kwade. Ik vraag U om hetgeen voor mij te kiezen wat U aanstaat.’’

Imam Husain (as) huilde en viel vervolgens in slaap. Hij droomde dat zijn grootvader, de Heilige Profeet Mohammed (vzmh), voorspelde wat er in de toekomst zou gebeuren. Toen hij in de ochtend wakker werd, ging hij naar zijn familie, broers, al Atraf en Mohammed Ibn al-Hanafiyyah, evenals Umm Salamah en andere vrouwelijke leden van zijn (as) familie. Ze waren boos op zijn weigering om trouw aan Yazid te zweren en op zijn beslissing om Medina te verlaten voor Mekka.

Het argument van Imam Husain (as) aan Umm Salamah was: “Als ik nu niet vertrek, zullen ze mij uiteindelijk vermoorden. Ik moet ze op dit moment geen excuses geven.’’

Imam Husain (as) nam afscheid van de hele familie en vroeg hen om dapper te zijn. Toen hij vertrok, liet hij zijn testament achter bij zijn halfbroer, Mohammed Ibn al-Hanafiyyah. Op dit testament schreef de Imam (as): ‘’In de naam van Allah, de Barmhartige de Gendadevolle. Dit is het testament dat Husain ibn Ali ibn Abi Talib achter laat bij zijn broer Muhammad Ibn alHanafiyyah, dat Husain heeft getuigd dat er geen God is dan Allah en dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is. Hij bracht de waarheid van God, dat de hemel waar is, dat de hel waar is en de tijd zal komen, zonder enige twijfel en God zal iedereen van zijn of haar graven herrijzen.


Voorwaar, mijn beweging is niet kwaad, roekeloos, ondeugend of onrechtvaardig. Ik ondersteun degelijk het corrigeren van wat er mis is in het land van mijn vader. Ik wil degelijk het goede aanmoedigen en het slechte voorkomen en de traditie volgen van mijn grootvader en mijn vader, Ali ibn Abi Talib. Wie mij accepteert door de waarheid, God is de Beschermer van de waarheid, en wie dit weigert, zal ik geduldig zijn terwijl God beslist tussen hen en mij en voorwaar, Hij is de beste Rechter. Dit is mijn testament voor mijn broer en al het succes is afhankelijk van God en alleen op Hem zal ik vertrouwen.’’

Imam Husain (as) verzegelde het testament en gaf het aan zijn broer, Mohammed Ibn alHanafiyyah. Hij verliet Medina op zondagnacht, twee dagen voor het einde van Rajab met zijn broer Abbas, de kinderen van zijn broer, Hasan en zijn andere familieleden. Tijdens het verlaten reciteerde hij de volgende vers uit de Heilige Koran:

“So, he [Prophet Moses] left it [the city] in fear, hoping. He said, ‘O Lord! Save me from the unjust people!

Imam Husain (as) koos ervoor om de algemene route naar Mekka te nemen. Sommigen probeerden de Imam (as) te overtuigen om een route te nemen die niet vaak werd genomen, zodat het niet makkelijk zou zijn voor de gouverneur om de Imam (as) te vinden.

Imam Husain (as) weigerde en zei: ‘’ Ik ben niet van plan af te wijken van de gemeenschappelijke route en God doet wat Hij besluit.

Imam Husain (as) betreedt Mekka

Imam Husain (as) vestigde zich in het huis van Abbas Ibn Abdul Muttalib. De bewoners van Mekka en de pelgrims die de stad bezochten voor het komende Hajj-seizoen, bezochten hem. Ibn az-Zubayr bezocht de Imam (as) ook, maar hij was jaloers dat de Imam (as) alle aandacht trok. Zo nu en dan bezocht Imam Husain (as) het graf van zijn grootmoeder Khadijah en bad daar. Voordat hij Mekka had verlaten, zond hij berichten naar de leiders van de stad Basrah, namelijk naar Malik ibn Musma alBakri, alAhnaf ibn Qays, alMundhir ibn Jarud, Mas′ud Ibn Amr, Qays ibn alHaytham en Amr ibn Ubayd Ibn Mu′ammar.

De brief van Imam Husain (as) vertelde het volgende: ‘’Voorwaar, God heeft Mohammed uit Zijn Schepping gekozen voor de Profeetschap, Hij bracht hem naar Hemzelf. God heeft Zijn Creaties geadviseerd via Zijn Profeet. Wij zijn zijn familie, zijn volgelingen, zijn erfgenamen en wij verdienen zijn opvolging meer dan wie dan ook. Mensen hebben mij hiervoor gekozen en ik heb dat geaccepteerd en ik heb mijn plaatsvervanger naar jullie gestuurd met dit boek en ik roep jullie op om zowel het boek van God op te volgen, als de tradities van de Heilige Profeet (vzmh), want zijn traditie is geweigerd en vernieuwingen worden bijgebracht. Als je luistert, zal ik je naar het juiste pad leiden.

AlMundhir Ibn Jarud bracht onmiddellijk het bericht naar het beheer, want hij dacht dat het bericht een spion van Ibn Ziyad was, die zich voordeed als de boodschapper van de Imam (as) om op die manier de volgelingen van de Imam (as) in de val te lokken. Toen het bericht eenmaal was langsgebracht, realiseerde al-Mundhir zich dat het degelijk het bericht van de Imam (as) was, maar het was te laat en Ibn Ziyad beval hem om diezelfde nacht te worden opgevangen. AlAhnaf Ibn Qays antwoordde de Imam (as), zeggende: ‘’Wees geduldig. Voorwaar, de belofte van God is de waarheid’’ en duidde vervolgens aan dat nu niet de juiste tijd is om tegen Yazid in te gaan.

Mas’oed ibn ‘Amr verzamelde de stammen van Tamim, Hamdarah en Sa’ad en vroeg Bani Tamim: “Wat denk je van mij?’’ Als antwoord kreeg hij hierop: ‘’U bent de ruggengraat van onze stam, u bent het hoofd, en de eerbare.’’

Hij zei: ‘’Ik heb jullie bijeen geroepen voor overleg over een belangrijk onderwerp.’’

Ze vroegen hem: ‘’Wat kunnen we doen?’’

Hij zei: ‘’Muawiyah is dood en jullie weten wat Muawiyah gedaan heeft en hij benoemde tevens zijn zoon Yazid als opvolger. Hij is een dronkaard en een rokkenjager en híj is benoemd als de leider van de moslims, zonder toestemming en buiten het weten van de mensen. Ik zweer bij de naam van God dat ik wens om in Jihad tegen hem te vechten. En dit is Husain, zoon van Ali, kleinzoon van de Profeet van God, met een zuivere nakomeling en gedegen kennis en een uitstekende karakter en hij is het meest geschikt voor deze kwestie.

Ik zal nu gaan en mijn harnas en slagtoestel binnenhalen en degene die wilt doen wat hij wilt, het is allemaal aan hemzelf.

Banu Hamdarah antwoordde: “Wij doen wat jij doet, wij helpen u met onze zwaarden en beschermen u met ons lichaam!”

Banu ‘Amir zei ook soortgelijke dingen, maar de stam van Bani Sa’ad antwoordde: “Laten we erover nadenken en daarna contact met u opnemen en een antwoord geven.”

Mas’oed ibn ‘Amr schreef Imam Husain (as) het volgende: “Als u komt, zal ik uw hulp zijn. Al onze nekken zijn in uw gehoorzaamheid.

Toen Imam Husain (as) het antwoord las, zei hij: ‘’Moge Allah jou beschermen op de Dag des Oordeels.’’



Later verzamelde Masud zijn leger, maar toen ze op weg waren om de Imam (as) te ontmoeten in Karbala, bereikte het nieuws hen dat Imam Husain (as) vermoord was. Masud was erg boos dat hij niet in staat was om de Imam (as) op tijd te kunnen helpen.

Er was een man in de stad met tien kinderen. Toen de boodschapper van de Imam (as) met dit bericht kwam, verzamelde hij zijn kinderen en zei: “Ik ga Imam Husain (as) helpen. Wie mij wilt helpen is welkom.’’ Twee van zijn zoons, Abdullah en ‘Ubaydullah accepteerden dit aanbod. Alledrie verenigden de Imam (as) in Mekka en bleven met hem totdat ze in Karbala werden vermoord.

Terwijl Imam Husain (as) in Mekka was, stuurden de mensen van Kufa uitnodigingen naar hem (as), individueel en in groepen. Allemaal vroegen ze de Imam (as) om naar Kufa te komen. Ze verklaarden dat ze de gouverneur van Kufa, an-Nu’man Ibn Bashir, weigerden. De uitnodigingen bleven komen. In een dag werden het er al zeshonderd.

Iedereen stond erop, maar geen een van de brieven werd beantwoord. De laatste brief die werd gestuurd, was van Shibth Ibn Rab’i, Hajjaj Ibn Abjar, Yazid Ibn alHarith, Azra Ibn Qays, ‘Amr Ibn alHajjaj, en Muhammad Ibn ′Umayr Ibn ′Utarib. Hun brief zei het volgende: ‘’Voorwaar, mensen wachten op jou. Ze hebben behalve jou geen keuze, O zoon van de Boodschapper van God! Haast u! Haast u! Het land is groen, de vruchten zijn rijp en wanneer

u zal aankomen, zal je bij een leger aankomen die allemaal loyaal aan u zijn.’’

De Imam (as) ontving 12.000 brieven in totaal en schreef enkel één brief als antwoord aan hun allemaal. Hij gaf antwoord aan de laatste twee booschappers van Kufa, zeggende: ‘’In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle. Van Husain ibn Ali, aan de moslims en gelovigen: Voorwaar, Hani en Sa’d zijn naar mij gekomen met al jullie brieven en dit zijn tevens de laatste berichten die van jullie komen.Ik begrijp elke aflevering die is genoemd en de argumenten van de meeste van jullie, ‘’Wij hebben geen leider, kom tot ons en moge God ons via u leiden naar de waarheid’’. Daarom stuur ik u mijn broer en neef, de betrouwbare van mijn familie en ik beval hem om me te schrijven over uw situatie en uw beslissing. Als hij mij de beslissing schrijft van het merendeel van de mensen en de intelligenten onder u, zoals u mij geschreven heeft en ik uw brieven gelezen heb, dan zal ik zo spoedig mogelijk naar u toe komen. Voowaar, een leider moet de Heilige Koran volgen en rechtvaardig zijn tegen de mensen. Hij moet geloven in de waarheid en zich inspannen omwille van Allah (swt). Vrede.’’

Toen gaf hij de brief aan Muslim ibn ‘Aqil en zei: ‘’Ga naar Kufa. Wat Allah (swt) wenst, zal gebeuren en ik wens dat jij en ik in de rangen van de martelaren zullen zijn. Wanneer je arriveert in Kufa, verblijf dan met de betrouwbare mensen.’’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *