Sayide Fatima Masooma (as)

Abdullah (as)
Abdullah Bin Hussain (as)
20 september 2015
kennis
Het belang van het opdoen van kennis
20 september 2015
Show all

Sayide Fatima Masooma (as)

Masoma

Vandaag markeert de geboortedag van Sayide Fatima Masooma (as). Zij was de dochter van de 7e Imam, Imam Musa al-Kadhim (as). En de zus van de 8e Imam, Imam Ali al-Ridha (as). Zij was een nobele vrouw die haar leven had toegewijd aan de Islam en aan Allah (swt) . Ze is begraven in de stad Qum in Iran.

Voorspellingen over deze nobele dame:
Het is interessant om te weten dat de Imams (as) de geboorte van deze nobele dame en haar aanwezigheid in Qum vele jaren voor haar geboorte al voorspelden.

Qādī Nūrullāh Shūshtarī (d. 1109 n.h) rapporteerde van de 6e Imam, imam Ja`far al-Sāddiq (as):

تُقبَض فيها امْراةٌ منْ وُلْدى، اِسْمُها فاطِمَةُ بِنْتُ مُوسى، وتَدْخُلُ بِشَفاعَتِها شيعَتى الجنّة بَاجْمَعِهِمْ

“Een dame van mijn kinderen waarvan de naam Fatima zal zijn, dochter van Musa, zal sterven in Qum. Op de Dag des Oordeels zal deze dame voor al mijn Shia bemiddelen en ze de hemel doen binnentreden.” [1]

`Allāmah Majlisī overleeverde van Imam al-Sādiq (as):

وَسَتُدْفَنُ فيها امْرَأةٌ مِنْ اَوْلادى تُسَمّى فاطِمَةَ، فَمَنْ زارَها وَجَبَتْ لَهُ الجنّة

“Een vrouw van mijn kinderen, genaamd Fatima zal worden begraven in Qum. Wie haar (heiligdom) bezoekt, zal zeker worden toegelaten tot de hemel.” [2]

1.2 – De datum van haar geboorte
De overleveraars Ayatollah Shaykh Ali Namazi en Mullá Muhsin Fayd ( d. 1405 n.h) schreven :
‘’Fatima Masooma was geboren aan het begin van de maand Dhul Qa’dah in het jaar 173 n.h.’’ [3]

1.3 – De datum van haar dood
Er is geen verschil van mening over het feit dat Seyede Fatima Masooma (as) in Qum overleed, in het jaar 201 na de hijra. Het jaar van haar dood wordt verder bevestigd door de tegels in haar heiligdom, die dateren naar eeuwen geleden, waar dezelfde datum op geschreven staat.

Echter zijn er verschillende mogelijkheden over de maand en de dag van haar dood:
1. 10 Rabī’ al-Thānī [5]
2. 12e Rabī’ al-Thānī [6]
3. 8e Sha’bān [7]

Fatima Masooma (as) was ongeveer 28 jaar oud toen ze overleed, hoewel sommige geleerden hebben gezegd dat op het tijdstip van haar dood, ze 18 jaar was. Zij zijn van mening dat haar geboortejaar 183 n.h was.

1.4 – Haar vader
De vader van Fatima Masooma (as) was de 7de Imam, Imam Mūsā al-Kāđhim (as). Het is geregistreerd in de geschiedenis dat Imam al-Kāđhim (as) talrijke kinderen had.

Shaykh Mufīd (overleden 413 n.h) schrijft dat Imam al-Kāđim (a) 37 kinderen had, 19 zonen en 18 dochters. En twee van z’n dochters werden Fatima genoemd, de een werd Fatima al-Kubrā genoemd en de ander Fatima al-Sughrā. [8]

Sibt ibn Jawzī, de beroemde 8e eeuw geleerde van de Ahl al-Sunnah, vertelde dat vier dochters van Imam al-Kāđhim (as) Fatima werden genoemd: Fatima al-Kubrā, Fatima al-Wustā, Fatima al-Sughrā en Fatima al-Ukhrā. [9]

1.5 – Haar moeder
De moeder van Fatima Masooma (as) was ook de moeder van de 8e Imam, Imam Ali al-Ridhā (as), en ze hadden buiten deze twee geen kinderen.

Ze staat bekend onder verschillende namen, de meest bekende van hen was Najmah Khātūn. [10]

Najmah was een slaaf uit Noord-Afrika en werd gekocht door Hamīdah, de moeder van Imam al-Kāđhim (as). Nadat ze in het huis van de Ahl al-Bayt (as) kwam, bereikte ze met lessen en leringen van Hamīdah een hoog niveau van intellectuele en geestelijke topkwaliteit.

Lady Hamīdah overleverde dat ze een droom had, waarin ze de Profeet (sawa) zag, en hij tegen haar zei: ‘’Maak Najmah de vrouw van je zoon, Mūsā ibn Ja’far, zodat al snel de beste van de mensen in de wereld (Imam al-Ridha as) wordt geboren. [11]

Hamīdah handelde hier vervolgens naar, en dus werd Najmah de vrouw van Imam al-Kāđhim (as). En later, de moeder van Imam al-Ridhā (as) en Sayide Fatima Masooma (as).

Najmah had ook bijnamen:
1. Tuktam.
2. Umm al-Babin
3. Tahira

1.6 – de namen en titels van Seyede Fatima Masooma (a)
1. Masooma
2. Karimat Ahl al-Bayt
3. Tāhirah
4. Naqīyah
5. Hamīdah
6. Rādīyah
7. Bārrah
8. . Mardīyah
9. Rashīdah
10. Sayyidah
11. Taqīyah
12. Ukht al-Ridā.

Al deze tien titels kunnen gevonden worden in haar Ziyara.

_____________________________________________________________________________
1. 1. Bihār al-Anwār, vol. 60, p. 228; Majālis al-Mu’minīn, vol. 1, p. 83.
2. 2. Bihār al-Anwār, vol. 48, p. 317 & vol. 60, p. 216 & vol. 102, p. 266.
3. 3. Shaykh `Alī Namāzī, Mustadrak Safīnat al-Bihār, vol. 8, p. 257.
4. 4. Hasan ibn Muhammad Qummī, Tārikh-e Qadīm-e Qum, p. 213; Bihār al- Anwār, vol. 48, p. 290; Sayyid Muhsin Jabal `Āmilī, A`yān al-Shī`a, vol. 8, p. 391; Shaykh `Abbās Qummī, Muntahā al-Āmāl, vol. 2, p. 242; Sayyid Hasan al-Amīn, Dā’irat al-Ma`ārif, vol. 3, p. 231.
5. 5. Mīr Abū Tālib Tabrīzī, Wasīlat al-Ma`sūmīn, p. 65; Sayyid Mahdī Mansūrī, Zindagāni-ye Hadrat-e Ma`sūma, p. 37, `Alī Akbar Mahdīpūr, Zindagāni-ye Karimah-ye Ahl al-Bayt, p. 105.
6. 6. Mustadrak Safīnat al-Bihār, vol. 8, p. 257.
7. 7. Shaykh Hurr ‘Āmilī, Risālat al-`Arabīyah al-‘Alawīyah, p. 11.
8. 8. Shaykh Mufīd, Al-Irshād, Chapter on the life of Imam al-Kāđim (A).
9. 9. Sibt ibn Jawzī, Tadhkirat al-Khawāss, p. 315.
10. 10. Shaykh adūq, `Uyūn Akhbār al-Ridā, vol. 1, p. 14; Shaykh Tabarsī, I`lām al-Warā, p. 302; Shaykh Hurr ‘Āmilī, Ithbāt al-Hudāt, vol. 3, p. 233.
11. 11. `Uyūn Akhbār al-Ridā, vol. 1, p. 17.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *